Eindrapport arbeidsongeschiktheidsstelsel: drie mogelijke varianten

Afgelopen maand was er een expertmeeting naar aanleiding van het eindrapport over een nieuw arbeidsongeschiktheidsstelsel, georganiseerd door UWV en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Experts konden op deze bijeenkomst input geven naar aanleiding van dit rapport en voor een beter stelsel. Hiervoor was ook de OmbudsSpits uitgenodigd. Het eindrapport is geschreven door de OCTAS, een onafhankelijke commissie die in opdracht van het vorige kabinet onderzoek moest doen naar een beter systeem rondom ziekte en arbeids(on)geschiktheid. In een eerder blog schreef de OmbudsSpits er al over. In het eindrapport staan de belangrijkste problemen bij het huidige systeem beschreven en er zijn drie varianten van een ander systeem beschreven om het te verbeteren. Het eindrapport kan hier gelezen worden.  Momenteel werkt het ministerie aan de uitwerking van de mogelijke varianten. Hieronder worden de drie varianten kort beschreven.

Variant 1: Huidig stelsel beter

In deze variant blijft het huidige stelsel bestaan, maar worden de hardheden weggenomen, zoals ook in het vorige coalitieakkoord genoemd stond. De WIA gaat naar één regime met een WGA: de IVA en de vervolguitkering in de WGA worden afgeschaft. Mede hierdoor zal werken in alle gevallen gaan lonen. De drempel tussen wel en geen WIA-uitkering gaat van 35% naar 25% arbeidsongeschiktheid. Er komt een eenvoudige publieke verzekering voor zelfstandig ondernemers voor de eerste twee jaar. En re-integratiedienstverlening wordt beter en makkelijker toegankelijk, vooral voor mensen in de Ziektewet.

Variant 2: Werk staat voorop

In deze variant ligt de nadruk op wat mensen wél kunnen in plaats van wat ze niet kunnen. Daarom wordt het stelsel omgedraaid: eerst re-integratie en dan pas een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Mensen krijgen meer tijd en begeleiding om passend werk te vinden en werken zal in alle gevallen lonen. Loondoorbetaling bij ziekte en de Ziektewet blijven allebei intact, de wachttijd blijft twee jaar. Daarna krijgen mensen in de eerste drie tot vijf jaar een re-integratieuitkering van 70% van het oude loon. Dit geldt voor zowel werknemers als zelfstandig ondernemers. Als re-integratie toch niet lukt omdat iemand niet kan werken, komt er daarna een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Is de re-integratieperiode afgelopen en kan iemand volgens de beoordeling wel werken, dan ontvangt degene geen arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar (eventueel) een bijstandsuitkering.

Variant 3: Basis voor werkenden

In deze variant ligt de nadruk op één regeling voor alle werkenden: werknemers en zelfstandig ondernemers. Iedere werkende met een arbeidsbeperking kan op deze regeling terugvallen. De wachttijd van twee jaar met loondoorbetaling bij ziekte en de Ziektewet blijft ook in deze variant in stand. Daarna volgt de regeling, met een basisuitkering. Deze basisuitkering is doorgaans op het sociaal minimum, 70% van het minimumloon, wat geldt voor alle werkenden die (deels of volledig) arbeidsongeschikt zijn, ongeacht hun huishoudsituatie. De drempel wel of geen basisuitkering blijft op 35% arbeidsongeschiktheid. Om het inkomen voor werknemers te beschermen, komt er voor hen wel een verplichte aanvullende publieke verzekering. Zelfstandig ondernemers kunnen zich hiervoor privaat verzekeren, maar dat hoeft niet. Er komt een publiek regionaal re-integratieloket voor alle werkenden met een arbeidsbeperking, dat ook werkgevers kan ondersteunen.

 

In het rapport staat verder nog in het kort een aantal maatregelen rondom de Wajong en de Participatiewet. Samenvattend gezegd is het huidige stelsel nu te veel een doolhof. Deze mensen hebben een gids nodig en betere ondersteuning van UWV en gemeente. UWV en gemeente zouden ook meer moeten samenwerken om het probleem ‘van het kastje naar de muur’ op te lossen.

Wat vindt de OmbudsSpits hiervan?

In alle drie de varianten staan positieve dingen, maar ook negatieve dingen. De inschatting van de OmbudsSpits is dat elk van de drie varianten een verbetering zal zijn op gebied van werken met een arbeidsbeperking vanuit de WIA: meer mensen zullen kunnen gaan werken en er is meer aandacht voor dat werken altijd moet lonen. Een negatief aspect: als men volgens de instanties wel kan werken, maar het lukt niet om werk te vinden, dan pakt bijvoorbeeld de variant ‘Werk staat voorop’ erg negatief uit. Een ander negatief aspect is dat de grens van 35% arbeidsongeschiktheid in de variant ‘Basis voor werkenden’ blijft en zelfs een negatievere uitwerking heeft op 35-minners. Verder is het een grote tekortkoming van dit eindrapport dat er niets gezegd wordt over de WAO: ook daar is er een systeem dat werken vaak ontmoedigt, maar er wordt met geen letter beschreven hoe de WAO verbeterd kan worden. Datzelfde geldt, hetzij ietsje minder, voor eigenrisicodrager WGA. Ik heb deze twee zaken ook benoemd op de expertmeeting. Hopelijk dat het ministerie hiermee rekening gaat houden in het vervolg van dit traject.

 

P.S. Tijdens deze expertmeeting maakte de OmbudsSpits nog een bizar moment mee: twee experts die vonden dat werken niet hoeft te lonen voor mensen met een arbeidsbeperking! Meer over dit moment kan men hier lezen.

Heb je vragen over wet- en regelgeving rondom werken met een arbeidsbeperking? Of wil je je ervaringen doorgeven? Dat kan, mail gerust naar ombudsspits@onbeperktaandeslag.nl . Dit kan ook anoniem.