1. Kamerbrief over het verbeteren van de Banenafspraak
In juni heeft de staatssecretaris van het ministerie van SZW een Kamerbrief over het verbeteren van de Banenafspraak naar de Tweede Kamer gestuurd. Ik vind deze brief heel goed en hoopvol. Met name dat concreet onderkend wordt dat de huidige indeling van de doelgroep voor de Banenafspraak niet goed is en te ingewikkeld is. Dat daardoor een deel van de mensen met een arbeidsbeperking buiten de boot valt. En dat dus de indeling van de doelgroep verbeterd moet worden. Iets waar Onbeperkt aan de Slag zich al jaren sterk voor maakt. Vanuit mijn rol als OmbudsSpits heb ik dit keer op keer benoemd. Met hele concrete voorbeelden, zoals iemand in de Wajong die in eerste instantie een baan aangeboden kreeg bij een overheidswerkgever, maar toen zij volgens UWV geen arbeidsvermogen had, kon fluiten naar de baan “want zonder doelgroepindicatie kunnen we je niet aannemen”. Dit voorbeeld noemde ik o.a. in een rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden. En ook in een gesprek van twaalf organisaties met toenmalig minister Carola Schouten, tijdens de overhandiging van een manifest voor een betere Banenafspraak door deze organisaties (op initiatief van Start Foundation) aan haar. Deze groep mensen – Wajongers zonder arbeidsvermogen – gaan per 1 januari 2026 toegevoegd worden aan het doelgroepregister als ze een baan hebben. Een stapje in de goede richting!
Een ander voorbeeld zijn mensen die met een voorziening kunnen werken en daarmee het minimumloon kunnen verdienen, maar bij wie helaas ’te laat’ hun beperking ontstaan is: niet vóór hun 18e jaar of tijdens hun studie, maar erna. Dezelfde beperking, dezelfde ondersteuningsbehoefte, maar te laat de beperking opgedaan, dus geen doelgroepregister… Dit voorbeeld beschreef ik in ons 10-puntenplan voor de politiek. En noemde ik in een gesprek met Tweede Kamerlid Daan de Kort in Den Haag, die dit voorbeeld ook noemde in een debat in de Tweede Kamer. Ik ben zeer verheugd dat de staatssecretaris nu in deze Kamerbrief expliciet zegt dat hij deze leeftijdsgrens onwenselijk vindt én dat hij met UWV in gesprek is over het schrappen hiervan. Heel positief en een geheel ander geluid dan pakweg zo’n vijf jaar geleden!
Ik hoop dat deze positieve lijn doorgetrokken wordt en dat er een echt inclusieve Banenafspraak komt, waar ieder mens met een arbeidsbeperking telt. Uiteraard ben / blijf ik van harte bereid om mee te denken en input te geven.
Tot slot nog wel een belangrijke aanvulling: in de Kamerbrief wordt grote bewondering geuit voor de werkgevers die zich hiervoor al inzetten. Dat is helemaal terecht. Maar wat nog meer genoemd mag worden, is dat mensen met een arbeidsbeperking geen ‘risico’ maar juist een meerwaarde zijn voor werkgevers: o.a. meer winst, een lager ziekteverzuim en een beter functionerende organisatie, zo blijkt uit onderzoeken. Laten we met elkaar dat ook concreet uitdragen. Pas dan zal de beeldvorming bij werkgevers echt veranderen en zal hun intrinsieke motivatie toenemen.
2. Brief over de situatie rondom de WIA
Ook in juni is er een Kamerbrief van de minister van SZW uitgekomen over de situatie rondom de WIA. Hij beschrijft onder andere dat de wachtlijsten voor een sociaal-medische beoordeling (de WIA-beoordeling, maar ook herbeoordelingen, Ziektewet-beoordelingen en Deskundigenoordelen) op zullen lopen en dat het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid onder druk staat. Daarom blijft hij werken aan het verminderen van de druk op het stelsel, ondanks dat het kabinet demissionair is.
Er zijn een aantal redenen voor de oplopende wachtlijsten: het aantal aanvragen voor een (her)beoordeling stijgt, er is een tekort aan artsen bij UWV, de digitale ondersteuning van UWV-medewerkers is “gebrekkig”, de structurele kwaliteitsborging van de sociaal-medische dienstverlening is niet op orde en UWV heeft fouten gemaakt met de dagloonberekeningen van de WIA-uitkeringen. Daarnaast werkt een deel van de artsen bij UWV als zzp’er en ondanks het aanbod van UWV om in vaste dienst te komen, is er een grote kans dat deze artsen UWV toch gaan verlaten. Door dit alles zullen – zonder forse ingrepen komende jaren – naar verwachting de achterstanden fors gaan oplopen: van circa 100.000 wachtende mensen in 2027 tot ongeveer 200.000 wachtende mensen in 2030, enkel voor de WIA-claimbeoordeling. Daarom gaat de minister een aantal maatregelen nemen, op korte termijn en op middellange termijn.
Op korte termijn werkt de minister aan het laten herstellen van de fouten met de WIA-uitkeringen en het verbeteren van de dienstverlening. Hierover heeft de minister geld vrijgemaakt, waarover ik in een vorig blog al schreef. (Daar stond overigens een klein foutje in over dit geld, dat gezien werd door een oplettende ambtenaar van het ministerie van SZW – dank daarvoor, erg fijn dat m’n blogs blijkbaar door enkele ambtenaren van dit en wellicht andere ministeries gelezen worden! – en inmiddels is dit verbeterd in het blog.) Over de voortgang van de herstelactie zal de minister binnenkort een voortgangsbrief naar de Tweede Kamer sturen. Ook wordt op korte termijn geïnvesteerd in sociaal-medische centra (SMC’s) en werkt UWV aan de verdere voortgang van deze SMC’s. In deze SMC’s krijgt de cliënt de juiste dienstverlening op het moment dat die nodig is, in plaats van op vaste momenten in het proces. Daarmee kan UWV artsen efficiënter inzetten en daardoor meer (her)beoordelingen doen. De minister heeft vanwege deze investering prestatie-afspraken met UWV gemaakt. Ook wordt de zogenaamde 60-plusmaatregel opnieuw ingevoerd: mensen die vanaf 1 september 2025 het einde van de wachttijd bereiken en op dat moment 60 jaar of ouder zijn, komen in aanmerking voor de vereenvoudigde WIA-claimbeoordeling zonder of met minder inzet van de verzekeringsarts en met extra inzet van de arbeidsdeskundige. Deze maatregel had de minister juist begin dit jaar laten stoppen, vanwege een paar nadelen van deze maatregel, maar vanwege de grote druk bij UWV ziet de minister zich genoodzaakt deze maatregel opnieuw in te voeren. En als laatste korte termijn maatregel worden de WIA-voorschotten nu structureel kwijtgescholden. Dit geeft mensen de zekerheid dat zij het voorschot dat ze krijgen in afwachting van de WIA-claimbeoordeling niet hoeven terug te betalen. Dit was al een tijdelijke maatregel, maar wordt nu dus permanent.
Op middellange termijn worden ook een aantal maatregelen genomen. Het kabinet heeft bij de voorjaarsnota € 197 miljoen structureel vrijgemaakt voor verbeteringen in het stelsel. Dat is niet genoeg om alles te kunnen doen: de grote veranderingen om het stelsel eenvoudiger te maken, die de minister in januari 2025 eerder noemde, kan om die reden nu niet doorgaan. Dat geldt ook voor de grotere stelselherzieningen zoals geschetst in varianten 2 en 3 van het OCTAS-rapport. Wat wel als maatregel voor de middellange termijn genomen kan worden is de maatregel praktisch beoordelen. Deze werkwijze, waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage van iemand die werkt bij een WIA-aanvraag wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat met dat werk verdiend wordt, is oorspronkelijk tijdelijk ingevoerd. Met het geld dat vrijgemaakt is kan dit structureel worden gemaakt na 1 juli 2027. Mensen die gedeeltelijk aan het werk zijn, krijgen hiermee sneller duidelijkheid dan wanneer ook de theoretische beoordeling voor het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt gehanteerd. Daarnaast draagt praktisch beoordelen eraan bij dat de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid voor alle betrokkenen inzichtelijker wordt.
De tweede maatregel die de minister wil invoeren, is het leidend maken van het medisch advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de zieke werknemer bij de toets door UWV op de re-integratie inspanningen. Het doel hiervan is om een oplossing te bieden voor het knelpunt van werkgevers rondom loonsancties die gerelateerd zijn aan het medisch advies van de bedrijfsarts. Hierdoor zijn loonsancties op basis van een medisch verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts niet meer mogelijk. Het uitgangspunt van de maatregel is dat een werkgever uit moet kunnen gaan van het medisch advies van de bedrijfsarts, aangezien de werkgever dit niet zelf kan vaststellen. De minister is gestart met het maken van een wetsvoorstel voor deze maatregel en wil dit voor de zomer indienen bij de Tweede Kamer.
Naast deze korte en middellange maatregelen zullen de minister en UWV nog een aantal andere (tijdelijke) aanpassingen doen. Een ervan is dat UWV de beslistermijn zal verlengen van 8 weken naar 16 weken. Ondanks al deze maatregelen zullen de achterstanden en wachtlijsten de komende jaren fors stijgen. De minister begrijpt dat dit voor veel onzekerheid en zorgen leidt voor de mensen zelf, werkgevers en andere stakeholders. Hij blijft daarom werken aan een voorstel voor herziening van het stelsel voor op de middellange en langere termijn, zodat een nieuw kabinet hiermee aan de slag kan.
Wajong: na einde Wajong-uitkering soms wel opnieuw Wajong mogelijk en soms niet
Sinds een tijd heb ik met enige regelmaat constructief contact met hoofdkantoor UWV. Veelgenoemde vragen van jullie leg ik aan UWV voor. Zo ook een vraag over de Wajong: als je Wajong-uitkering beëindigd is, kun je dan opnieuw een Wajong-uitkering krijgen?
Afgelopen tijd is de Wajong weer onder de aandacht gekomen, op LinkedIn (en wellicht ook andere social media) en op enkele sites (o.a. UWV, FNV en het Juridisch Loket). Vanaf 1 januari 2026 eindigt het recht op een Wajong-uitkering voor een deel van de mensen. Mensen in de oude Wajong en mensen in de Wajong 2010 hebben vanaf die dag geen recht meer op een Wajong-uitkering als je:
* naast je Wajong-uitkering 5 jaar achter elkaar hebt gewerkt, en
* na die periode minimaal 75% van het maatmanloon verdient, en
* geen arbeidsondersteuning nodig hebt. Hieronder vallen: loondispensatie, jobcoach, intermediaire voorziening (bijvoorbeeld een tolk Nederlandse gebarentaal) en vervoersvoorzieningen. (Dit staat helaas nog niet duidelijk op de UWV-nieuwspagina https://lnkd.in/e8QYTyhw ).
De aanname van het (toenmalige en huidige) kabinet is dat deze mensen dan zelfstandig voldoende kunnen verdienen. Als de Wajong-uitkering stopt, stopt ook het eventuele garantiebedrag. Dit bedrag moet borgen dat werkende Wajongers er door de nieuwe regels per 2021 voor inkomensondersteuning niet – of in elk geval niet direct – op achteruitgaan. Maar niet alle Wajongers vallen onder dit bedrag. In juli 2025 heeft UWV de ruim 3.000 Wajongers met een garantiebedrag die dit betreft hierover bericht.
Als je dus alleen kunt werken met de hierboven genoemde arbeidsondersteuning, dan behoud je jouw Wajong-recht. Ook al verdien je ‘te veel’.
Let op: dit geldt alleen voor de oude Wajong en Wajong 2010, niet voor Wajong 2015! Voor de Wajong 2015 geldt, dat deze stopt zodra UWV vaststelt dat er arbeidsvermogen is. Maar momenteel worden Wajongers zonder arbeidsvermogen – dus mensen in de oude Wajong zonder arbeidsvermogen, mensen in de Wajong 2010 zonder arbeidsvermogen en alle mensen in de Wajong 2015 – tijdelijk niet herbeoordeeld door UWV: tot 1 oktober 2027 worden deze mensen niet herbeoordeeld als ze (meer) gaan werken of inkomen uit werk ontvangen. Dat is vanwege het tekort aan beoordelingsartsen bij UWV.
Als je Wajong-recht gestopt is, kan men opnieuw een Wajong krijgen als je gezondheid is verslechterd waardoor je niet meer in staat bent om 75% van je maatmanloon te verdienen (bij oude Wajong en Wajong 2010) of helemaal niet meer kunt werken (bij Wajong 2015, waarschijnlijk is de grens hiervoor 20% van het minimumloon). Dit kan tot je AOW-leeftijd. Bij toekenning door UWV kom je dan weer in je oorspronkelijke Wajong-regeling.
Maar wat nu als je Wajong-recht gestopt is en je verliest je baan vanwege een andere oorzaak? Zoals ‘gewoon’ ontslag, door welke reden dan ook (reorganisatie, disfunctioneren, et cetera)?
Omdat hier nog niet veel informatie over te vinden is en sommige mensen in de Wajong mij dit gevraagd hebben, heb ik deze vraag voorgelegd aan hoofdkantoor UWV. In geval van ontslag kun je niet opnieuw in de Wajong komen. Er geldt immers nog altijd dat je qua gezondheid in staat bent om zelfstandig voldoende inkomen uit werk te kunnen verdienen. Voor jou gelden dezelfde regels als voor werknemers zonder Wajong. En meestal kun je bij ontslag een WW-uitkering van UWV ontvangen.
Kortom: verlies van je baan betekent niet altijd dat je weer een Wajong-uitkering kunt krijgen. Bij toegenomen arbeidsongeschiktheid waardoor je niet of nauwelijks meer kunt werken kan dat dus wel. Bij deze deel ik deze informatie graag. Met dank aan hoofdkantoor UWV hiervoor.
Heb je vragen of wil je jouw ervaringen rondom wet- en regelgeving delen? Stuur dan een mail naar OmbudsSpits Nico Blok via ombudsspits@onbeperktaandeslag.nl . Als je dat fijner vindt, kan dit ook anoniem.