Er valt wat te kiezen, ook op de arbeidsmarkt

Het is je ongetwijfeld niet ontgaan. De verkiezingsborden staan weer in de straat en ze schreeuwen om jouw aandacht. We geloven in democratie waarin er veel partijen zijn die de stem van de burger vertegenwoordigen. We vinden dat iedere volwassene zijn stem mag uitbrengen en dus mag meedoen. Maar wat als we dit democratische proces vergelijken met onze arbeidsmarkt: hoe democratisch is onze arbeidsmarkt eigenlijk?

Door velen onder ons wordt democratie als een gewoon goed beschouwd, maar het is niet vanzelf ontstaan. In 1848 ontstond met de Grondwet van Thorbecke een voorzichtige democratie in Nederland. Toch waren de democratische vrijheden nog zeer beperkt in deze grondwet. Alleen mannen met bezit hadden invloed op de Tweede Kamer. Pas zo’n 69 jaar later in 1917 kregen mannen algemeen stemrecht. Daarna duurde het nog twee jaar voordat de vrouwen in 1919 ook het democratisch stemrecht in Nederland verkregen waarvan zij in 1922 voor het eerst gebruik konden maken. De omslag om de volledige volwassen bevolking het stemrecht te geven is het gevolg van de vraag: wie sluiten we eigenlijk uit én waarom? 

In de maand van de lokale verkiezingen voel ik dat dit een mooie gelegenheid is én dat het relevant is om bij deze vraag stil te staan. Nee, ik geef geen stemadvies voor in het stemhokje maar kijk graag met deze vraag naar de arbeidsmarkt voor mensen met een extra arbeidsuitdaging, want wie sluiten we nu eigenlijk uit en waarom? 

Uit ervaring weet ik dat werk meer betekenis heeft dan het inkomen dat je hierdoor verwerft. Het hebben van werk betekent meedoen, het geeft status, het geeft je invloed op je eigen toekomst maar ook dat van je familie, vrienden en sociale omgeving, bespaart de maatschappij geld en zo zijn er nog veel meer belangrijke zaken te benoemen. We kunnen stellen dat toegang tot werk dé toegang tot meedoen in de maatschappij betekent, maar tegelijk ook dat het betekent dat je zonder werk op afstand wordt gezet in of van dezelfde maatschappij. Als we naar arbeid kijken zien we dat, als de overheid over arbeidsgehandicapten spreekt, het nadrukkelijk gaat over mensen met een “afstand tot de arbeidsmarkt”. 

Met de Participatiewet werd in 2015 vastgelegd dat iedereen die kan werken, naar vermogen moet kunnen meedoen. Gemeenten kregen de opdracht om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden richting werk. De bedoeling was helder: niet denken in beperkingen, maar in mogelijkheden. Nu ruim 10 jaar later zien we in de praktijk toch een wat ander effect. Werkgevers zoeken zekerheid, gemeenten werken binnen kaders en budgetten, organisaties sturen met name op efficiëntie. In de praktijk zien we dat dit effect ervoor zorgt dat de meest “plaatsbare” kandidaat de voorkeur krijgt. Degene die het minste risico lijkt te vormen. Dat is misschien wel begrijpelijk, maar is dit inclusief? Vertalen we zo “moeten kunnen meedoen” van beleid naar de praktijk? Ik daag jou dan ook uit om eens naar jouw eigen vacaturetekst te kijken. Wie sluit je daarin onbedoeld uit? 

Iedereen moet kunnen meedoen, staat mooi op papier en klinkt het als muziek in onze oren. Toch zien we dat de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking structureel achterblijft op de arbeidsmarkt. Precies daarom werd in 2013 de Banenafspraak gemaakt: overheid en werkgevers spraken af om samen 125.000 extra banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking. Ik zie dat als een duidelijke erkenning dat de arbeidsmarkt zichzelf niet automatisch corrigeert. Als inclusie vanzelf zou gaan, hadden we deze afspraak niet nodig gehad. De invoering van de Banenafspraak is en was een bewuste keuze. Echter, ruim 12 jaar later hebben we het samen nog niet voor elkaar gekregen. En zien we een negatief effect dat, ondanks alle goede intenties, mensen met een arbeidsbeperking zonder doelgroepregister soms een extra drempel ervaren bij de toetreding tot de arbeidsmarkt, met name in situaties waar het doelgroepregister leidend wordt in selectieprocedures die voor velen de toegangspoort tot de arbeidsmarkt vormen. Dit roept dan ook de vraag op: voldoe je aan de afspraak, of verbreed je echt de toegangspoort? 

In 2016 ratificeerde Nederland, als een van de laatste EU-lidstaten én 8 jaar na de inwerkingtreding, het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap. Dat verdrag zegt iets fundamenteels: mensen met een beperking hebben recht op gelijke toegang tot arbeid. Niet als gunst of als sociaal experiment maar als mensenrecht. Het vraagt dat we drempels wegnemen en het systeem zo inrichten dat ook iedereen werkelijk kan meedoen. Als we vandaag in alle eerlijkheid terugkijken, zien we dat ondanks de krapte op de arbeidsmarkt de vooruitgang achterblijft bij de ambitie. 

Onze democratische keuzes hebben geleid tot de Participatiewet, de Banenafspraak en een geratificeerd VN-verdrag. Als we terugblikken zien we dat het ons een kader heeft gegeven, maar dat het te weinig oplevert als we als maatschappij dat niet opnemen in onze eigen ambitie en zien als onze maatschappelijke bijdrage. De echte uitvoering ontstaat niet in het stemhokje, in wetten of beleidsstukken, zij ontstaat in dagelijkse keuzes, door ons herhaaldelijk af te vragen: wie sluiten we nu eigenlijk uit en waarom?  

In mijn werk zie ik hoe goedbedoelde procedures soms onbedoeld mensen buitensluiten. Ik spreek werkgevers die zeggen dat ze openstaan voor iedereen en dat ook menen. Maar als we verder praten, blijkt dat het profiel al vastligt voordat het gesprek begint. En dáár zit wat mij betreft de keuze. Even een persoonlijk praktijkvoorbeeld: ik sprak laatst een kandidaat die precies voldeed aan de functie-eisen, maar niet aan het ‘plaatje’. Hij werd niet uitgenodigd. Niet omdat hij het werk niet kon, maar omdat het profiel al vaststond. 

En dan raken we een kern van het thema: er valt wat te kiezen. In het stemhokje kies je eenmaal per 4 jaar met jouw stem de richting voor toekomstige kaders. Daarna is het een dagelijkse keuze om werk te maken van inclusie. Net zoals elk roodgekleurd rondje op het stembiljet een keuze is, zo is ook elke selectieprocedure een keuze. Stel je voor dat elke vacature een stembiljet van kandidaten zou komen, waarop zou jij je keuze baseren? Zou je kiezen voor behoud van het vertrouwde profiel? Of juist kiezen om talent en de samenstelling van je team opnieuw te definiëren? Kies je voor risicomijdend gedrag of kies je voor impact en systeemveranderingen? 

We horen het vaak, de wereld verandert snel. Ik hoop oprecht dat dit ook van toepassing is voor de inclusieve arbeidsmarkt, dat we er geen generaties over doen om een echt inclusieve arbeidsmarkt te hebben.   

Er valt dus veel te kiezen, niet eenmaal per 4 jaar in het stemhokje maar elke dag opnieuw, op de werkvloer. Durft je de vraag “wie sluit ik uit en waarom?” voor jezelf te beantwoorden en echt te kiezen voor medewerkers met een extra arbeidsuitdaging? Ik weet dat zij staan te poppelen om aan het werk te gaan en hun talent willen inzetten om uw bedrijf of organisatie te laten groeien. 

Ik weet twee dingen over starten met arbeidsparticipatie: het kan voelen als een uitdaging om alles goed te doen. En de eerste stap kan eenvoudiger zijn dan u denkt. Ik zeg altijd begin klein, begin bewust en begin vandaag. Een eerste stap zou wat mij betreft al kunnen zijn: 

  • Begin bij jouw eerstvolgende vacature; 
  • Herbekijk jouw selectiecriteria; 
  • Ga in gesprek met iemand buiten het vertrouwde profiel; 
  • Maak één bewuste keuze anders dan anders. 

De dienstverlening van Onbeperkt aan de Slag kan je helpen met de eerste stap of met de groei naar het zijn van een inclusieve werkgever. 

En ja, dat is geen politieke keuze maar een leiderschapskeuze. Inclusie is geen project, het is een dagelijkse keuze. 

Michèle de Vries  

Social Impact Consultant bij Onbeperkt aan de Slag  
Samen maken we arbeidsparticipatie gewoon goed