In 2016 heeft Nederland (eindelijk) het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap geratificeerd. Dat betekent dat Nederland zich verplicht heeft om toe te werken naar een inclusieve en toegankelijke samenwerking. In 2024 heeft dit kabinet met maatschappelijke partners en input van mensen met een beperking daarvoor een nationale strategie opgesteld. Daarmee moet Nederland in 2040 de positie van mensen met een beperking in lijn hebben gebracht met het VN-verdrag. 2040 lijkt nog ver weg. En dat is het ook. Maar systemen en wetten zijn erg ingewikkeld. Om complexe problemen op te lossen, is dus een langere periode dan een paar jaar nodig. Om de doelstellingen uit deze strategie te bereiken, wordt een werkagenda opgesteld, waarin concrete maatregelen komen te staan. Dit gebeurt door het kabinet, met input van mensen met een arbeidsbeperking als ervaringsdeskundigen, belangenbehartigers, experts en andere relevante organisaties. Om de vijf jaar wordt deze werkagenda herzien. Aan de hand van zeven levensdomeinen wordt beschreven hoe de huidige situatie is en wat de gewenste situatie is. In het document van de Rijksoverheid hierover staan de zeven levensdomeinen allemaal genoemd. Per levensdomein zal ook bepaald worden welk ministerie hiervoor verantwoordelijk is. Eén van deze levensdomeinen is ‘Werk en inkomen’. Voor dit levensdomein zijn in elk geval twee ministeries relevant: Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) op inhoudelijk gebied en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) als coördinerend ministerie op gebied van het VN-verdrag.
Afgelopen maanden zijn er vanuit de ministeries van VWS en SZW gezamenlijk een aantal bijeenkomsten georganiseerd met bovengenoemd mensen en organisaties – ook UWV – over wat er in de werkagenda voor ‘Werk en inkomen’ moet komen te staan: sprintsessies. Hiervoor hebben VWS en SZW ook de OmbudsSpits uitgenodigd. De beleidsopties die aan bod kwamen waren dusdanig veel en in verschillende sessies verdeeld, waardoor niet iedereen op alle beleidsopties input kon geven. De OmbudsSpits heeft input kunnen geven op gebied van het doelgroepregister voor de Banenafspraak en het Quotum, het (eventuele) nieuwe arbeidsongeschiktheidsstelsel dat nog moet komen en beeldvorming over mensen met een arbeidsbeperking. En dat werken moet lonen.
Om met dat laatste te beginnen: het valt me op hoe schrikbarend weinig dit punt genoemd werd tijdens dit soort bijeenkomsten, zoals deze sprintsessies maar ook al eens tijdens een OCTAS-expertmeeting. Zowel door de ministeries, als de belangenbehartigers en andere organisaties, als experts, als door ervaringsdeskundigen zelf. Is het een blinde vlek? Wordt het als onbelangrijk gevonden? Of is het voor iedereen zo logisch dat het dáárom niet of nauwelijks genoemd werd? Ik weet het echt niet, maar het viel op. In sommige sessies was ik soms de enige (!) die dit punt noemde: hoe krijgen we meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk? Nou, wat in elk geval echt moet gebeuren, is dat werken altijd leidt tot financiële vooruitgang! Als werk leidt tot een lager inkomen dan als men niet werkt, dan gaat men natuurlijk niet werken! Dat lijkt mij erg logisch. En toen ik het noemde – en in alle sessies heb ik het genoemd – vonden alle anderen het eigenlijk ook wel erg logisch. En inderdaad zou het goed zijn als de werkagenda hier expliciet en veel aandacht voor heeft. Het staat gelukkig al wel als doelstelling in de nationale strategie, maar blijkbaar moet er voortdurend op gehamerd worden om dit punt te laten ‘leven’. Ik blijf dat doen en vanuit Onbeperkt aan de Slag is dit ook een van onze belangrijkste punten.
In de sessies over het doelgroepregister voor de Banenafspraak & het Quotum was de breed gedeelde input van de aanwezigen dat de huidige indeling krom en oneerlijk is. Iets wat ook ik als OmbudsSpits al jarenlang genoemd heb en zal blijven noemen. Ook dit punt is een prominent punt van het 10-puntenplan voor de politiek. Het positieve is dat na jarenlange aandacht van vele organisaties waaronder Onbeperkt aan de Slag dit eindelijk doorgedrongen is tot de politiek. En dat in deze sessie concreet gevraagd werd door het ministerie van SZW aan de aanwezigen hoe dit anders en beter moet en hoe dit in lijn met het VN-verdrag zou moeten. Breed gedeeld werd dat niet de uitkering of de verdiencapaciteit van mensen leidend moet zijn, maar de ondersteuningsbehoefte van mensen. Enkele aanwezigen, waaronder ik, brachten ook in dat het doelgroepregister niet mag leiden tot zomaar een lager loon dan collega’s zonder arbeidsbeperking die hetzelfde werk doen – iets wat nu helaas nog regelmatig wél gebeurt.
Wat betreft het punt ‘eventueel nieuw arbeidsongeschiktheidsstelsel’ rondom o.a. de WIA en Wajong: daar zat een organisatorisch probleem. Dit punt werd namelijk behandeld in de sessie ‘Inkomensregelingen’. In deze sessie werden veel meer onderwerpen behandeld, zoals de Participatiewet, diverse toeslagen en vergoedingen. De aanwezigen in de sessie waar ik inzat, waren vooral ervaringsdeskundigen op gebied van de Participatiewet. Daardoor ging de sessie vooral over waar het bij de Participatiewet nu allemaal fout gaat en hoe de Participatiewet verbeterd zou moeten worden. Heel belangrijk, absoluut, en ook dit punt staat in ons 10-puntenplan. Maar daardoor ging het dus weinig over de WIA. De enige inbreng in deze sessie kwam eigenlijk van mij. Ik noemde dat het eventuele afschaffen van de IVA – dat genoemd werd door de minister in een recente Kamerbrief – zich mijns inziens niet verhoudt tot het VN-verdrag. Daar staat namelijk in dat een verslechtering van bijvoorbeeld het inkomen door nieuw beleid in strijd is met het VN-verdrag. (Inmiddels heeft de minister gevraagd aan de Tweede Kamer wat zij vinden van zijn voorstel om de IVA af te schaffen. Veel partijen vinden dat geen goed idee en zijn hier kritisch op.) Daarnaast noemde ik maar weer eens dat er nul komma nul aandacht is voor mensen in de WAO. Ook WAO’ers hebben te maken met een rigide wet die werken vaak ontmoedigt, omdat werken vaak niet leidt tot financiële vooruitgang. Echter, ook voor hen geldt het VN-verdrag Handicap. In de nationale strategie staat: “Het VN-verdrag Handicap bepaalt dat mensen met een beperking recht hebben op een behoorlijke levensstandaard voor henzelf en hun gezin. En op de mogelijkheden om hun levensomstandigheden te verbeteren.” Dat gaat dus vaak niet voor mensen in de WAO als ze (meer) gaan werken. Dus heb ik dat genoemd. Het lijkt helaas wel alsof WAO’ers een vergeten groep is voor politiek, beleidsmakers, belangenbehartigers, media en andere organisaties…
Ik hoop van harte dat m’n input meegenomen wordt in het vervolg, maar er waren veel aanwezigen en er is dus veel input gegeven, dus het is afwachten naar de volgende versies. Momenteel zijn de ministeries alle input aan het verwerken. Dus ook alle input in de sprintsessies van de andere zes levensdomeinen. Aan de hand daarvan worden de beleidsopties concreter gemaakt en opgenomen in de werkagenda 2025-2030. Deze werkagenda wordt weer afgestemd met de organisaties en personen die hebben deelgenomen aan de sprintsessies. En daarna wordt het voorgelegd aan de betrokken ministers en staatssecretarissen. Volgens de planning wordt het dan in juni naar de Tweede Kamer gestuurd.
Heb je hierover vragen of wil je jouw ervaringen rondom wet- en regelgeving delen? Stuur dan een mail naar OmbudsSpits Nico Blok via ombudsspits@onbeperktaandeslag.nl . Als je dat fijner vindt, kan dit ook anoniem.