Politieke partijen blijven achter bij uitvoering Banenafspraak

Politieke partijen blijven achter bij uitvoering Banenafspraak

De politiek gaf de Participatiewet vorm. In de Tweede Kamer wordt regelmatig gedebatteerd over de voortgang van de Banenafspraak: 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking in 2026. Maar politieke partijen geven niet bepaald het goede voorbeeld. Alleen PvdA, CDA en SP hebben mensen met een arbeidsbeperking in dienst.

Politieke partijen zijn ook werkgevers. De dertien partijen met 2 zetels of meer werden door Nico Blok, OmbudsSpits Werk & Participatie bij Onbeperkt aan de Slag, ondervraagd over hun inclusieve gehalte.

Slechts drie partijen gaven aan medewerkers met een arbeidsbeperking in dienst te hebben (PvdA, CDA en SP). Hiervan voldoen PvdA en CDA naar eigen zeggen aan de quotanormen uit de Banenafspraak. VVD, D66, GroenLinks, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en SGP hebben geen medewerkers met een arbeidsbeperking in dienst of konden/wilden gegevens hierover niet aanleveren. De partijen PVV, DENK, 50PLUS en FVD reageerden niet of niet inhoudelijk.

Verreweg de meeste partijen (b)lijken dus achter te blijven bij het uitvoeren van de Banenafspraak en het bieden van kansen aan mensen met een arbeidsbeperking. De Nederlandse politieke partijen geven dus niet het goede voorbeeld bij het inclusiever maken van de arbeidsmarkt.

Het volledige artikel hierover is onder dit nieuwsbericht te lezen.

Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met
Nico Blok –  OmbudsSpits Werk & Participatie bij Onbeperkt aan de slag
ombudsspits@onbeperktaandeslag.nl
06 28 49 72 85
11 maart 2021

lOGO

Ruime meerderheid politieke partijen (b)lijkt niet aan werknemers met een arbeidsbeperking te doen

“Als politieke partij bent u ook werkgever. Welk aandeel van uw werknemers heeft een arbeidsbeperking?”

Deze vraag stelde ik op 20 februari 2020 aan zeven leden van de Tweede Kamer tijdens het rondetafelgesprek over de Participatiewet. Zij waren namens hun politieke partij aanwezig bij dit rondetafelgesprek, dat georganiseerd werd naar aanleiding van het SCP-rapport “Eindevaluatie van de Participatiewet”. Voor dit rondetafelgesprek waren diverse deskundigen en betrokkenen uitgenodigd, waaronder ik. Alle genodigden mochten een position paper schrijven en dit paper tijdens hun mondelinge spreektijd toelichten. Mijn paper (https://onbeperktaandeslag.nl/2020/10/20/ombudspits-werk-participatie/ ) sloot ik dus af met bovenstaande vraag aan de aanwezige politieke partijen. Waarom? Omdat politieke partijen vaak zeggen dat ze willen dat meer werkgevers mensen met een arbeidsbeperking aannemen. Daarbij hebben verschillende partijen in hun partijprogramma voor de komende verkiezingen en/of vorige verkiezingen verwoord dat ze een quotum voor werkgevers willen. En dat de overheid als werkgever het goede voorbeeld moet geven. Daarbij hebben vorige en huidige kabinet met de Wet Banenafspraak en Quotum Arbeidsbeperkten aan werkgevers opgelegd om 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze banen moet vóór 2026 gerealiseerd zijn. Kortom: politieke partijen willen dat werkgevers meer mensen met een arbeidsbeperking aannemen. Maar wat doen zij daar zelf aan? Politieke partijen zijn zelf ook werkgever, waar werknemers betaald in dienst zijn. Dus: beleid dat voor werkgevers geldt, geldt – als het goed is – ook voor hen. Vandaar.

Hieronder in deel 1 ga ik in op de antwoorden van de zeven politieke partijen die aanwezig waren bij het rondetafelgesprek over de Participatiewet: VVD, CDA, D66, GroenLinks, SP, PvdA en 50PLUS. Dezelfde vraag heb ik ook gesteld aan alle andere partijen die in de Tweede Kamer twee of meer zetels hebben: PVV, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, SGP, DENK en Forum voor Democratie. Deze antwoorden beschrijf ik in deel 2. Alle antwoorden van de partijen beschrijf ik zo objectief en feitelijk mogelijk – dat wil zeggen: in hun eigen woorden – op volgorde van het eerste contactmoment met de betreffende partij. Tot slot volgt een samenvatting van de antwoorden van de politieke partijen.


Deel 1

Ik begon met D66, die volgens het jaarverslag 38 personeelsleden (31,9 fte) had eind 2019. Dat deed ik niet toevallig: tijdens een behandeling in de Tweede Kamer over het Breed Offensief in februari of maart 2020 vroeg de D66-fractie aan de regering letterlijk “welke aantallen extra banen de werkgevers in de sector overheid respectievelijk de werkgevers in de sector markt hebben gerealiseerd”[1]. Op z’n zachtst gezegd vind ik het nogal vreemd dat D66 niet antwoordde op nagenoeg dezelfde vraag die ik aan D66 en andere politieke partijen stelde, maar wél zelf deze vraag stelde over (andere) werkgevers. Daarom heb ik D66 in april 2020 als eerste gemaild en in mei nogmaals. In mei heb ik per mail van D66 als antwoord ontvangen dat die vraag niet zo eenvoudig te beantwoorden is, omdat de medewerkers tot de Tweede Kamer gerekend worden en niet tot de partij zelf. D66 gaf hierbij ook aan dat het een terechte opmerking van me was dat in een inclusieve samenleving mensen met een arbeidsbeperking overal en dus ook in de Tweede Kamer aan het werk zouden moeten zijn en dat D66 weet dat dat ook het geval is. Echter, D66 kon niet aangeven hoeveel mensen met een arbeidsbeperking bij D66 in dienst zijn. Maar het is de insteek van D66 dat er veel mensen met een arbeidsbeperking meedoen.
Daarop heb ik geantwoord dat ik het raar en eigenlijk ook hypocriet vind als een partij – welke dan ook – wél tijdens een Kamerbehandeling, vergadering of debat vraagt welke aantallen extra banen werkgevers gerealiseerd hebben, maar over zichzelf als werkgever zeggen dat het te ingewikkeld is om dat na te gaan. Mijn insteek is dus: practice what you preach.
Nadien ben ik door D66 gebeld en tijdens het telefoongesprek mijn punt nogmaals toegelicht: het argument van D66 dat het ‘erg ingewikkeld’ is om het na te gaan, is geen goed argument. Ook voor andere werkgevers kan het ‘erg ingewikkeld’ zijn om het na te gaan, maar met de Banenafspraak (marktsector) en het quotum (overheidssector) wordt dat wel van hen verwacht. In het gesprek gaf D66 aan het intern toch voor me te gaan uitzoeken en het me te laten weten. Nadien heb ik geen reactie meer ontvangen.

De andere zes politieke partijen heb ik in mei de eerste reminder gestuurd. De PvdA, met volgens hun jaarrekening 30 personen (28,13 fte) in dienst op het Partijbureau eind 2019, reageerde zeer snel na mijn eerste reminder, met excuses voor het wachten. Het antwoord van de PvdA is dat de PvdA als werkgever uiteraard voldoet aan de normen, maar dat vanwege de kleine organisatie geen uitspraken gedaan kunnen worden over aantallen omdat het dan tot individu herleidbaar is.

Een maand later stuurde het CDA een uitgebreide reactie. Volgens het jaarverslag was bij het CDA het gemiddeld aantal werknemers 42 (31,9 fte) in 2018[2]. In de reactie gaf het CDA aan dat op het Partijbureau (inclusief het Wetenschappelijk Instituut) 42 medewerkers in dienst zijn en daarnaast gemiddeld ca. 50 in dienst bij de Tweede Kamerfractie. Hiervan zijn er vier medewerkers met een arbeidsbeperking.
Ook heeft het Fractiebureau in de Tweede Kamer met het CNV afgesproken en in haar CAO opgenomen de bepaling dat gebruik gemaakt wordt van de diensten die de Tweede Kamer aanbiedt, die verzorgd worden door speciaal daarvoor aangenomen mensen met een arbeidsbeperking. Hierdoor wordt een deel van de bedrijfsvoeringstechnische ondersteuning van de Tweede Kamerfractie uitgevoerd door medewerkers met een arbeidsbeperking.
Daarnaast gaf het CDA aan dat de stichtingen die gezamenlijk het CDA vormen niet onder de categorie overheid vallen, omdat over het pensioen van de medewerkers niet afgedragen wordt aan het UFO (het bepalende criterium)[3].

Ook de VVD reageerde na de eerste reminder in juni, met excuses voor het late antwoord. Volgens het jaarrapport bedroeg het gemiddeld aantal 24 fte (inclusief stagiaires 26 fte) in 2019. In de reactie gaf de VVD aan dat de VVD uiteraard groot voorstander is van een inclusieve arbeidsmarkt en dat de VVD een partij is waar iedereen welkom is. Er zijn genoeg voorbeelden van VVD-leden met een beperking en ook VVD-raadsleden/wethouders met een arbeidsbeperking en namens de VVD besturen of in de raad van betreffende gemeenten zitten.
Daarop heb ik gereageerd dat dit geen antwoord op mijn vraag is. Mijn vraag was immers welk aandeel van de werknemers van de VVD een arbeidsbeperking heeft. Ik heb nog meer toegelicht waarom ik dit vraag: politieke partijen bepalen beleid en wat er moet gebeuren, waaronder de wetgeving rondom de Banenafspraak en het Quotum, die werkgevers aanspoort om meer mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Dit alles wordt bijgehouden en gemonitord, dus werkgevers moeten bijhouden en doorgeven hoeveel mensen met een arbeidsbeperking zij in dienst hebben. Vandaar dat ik deze vraag in het kader van “practice what you preach” gesteld heb aan alle op 20 februari aanwezige politieke partijen. Politieke partijen hebben als werkgever hierbij een commitment, waarbij zij mijns inziens ook nog een voorbeeldrol hebben. Dus vandaar mijn vraag, met helaas nadien geen reactie meer.
In juli heb ik de VVD nogmaals mijn vraag gesteld. Ook daarna heb ik geen reactie meer ontvangen.

De andere drie partijen hadden nog niet op mijn eerste reminder gereageerd. Daarom stuurde ik in juni m’n tweede reminder.

Dezelfde dag nog ontving ik een reactie van de SP. In mijn mail naar de SP had ik ook aangegeven dat ik helaas niet uit het jaarverslag en de jaarrekening over 2018 kon achterhalen hoeveel personen en/of fte in dienst waren bij de SP. Daarop heeft de SP geantwoord dat er momenteel 99 mensen in dienst zijn, waarbij in FTE’s het iets lager is. De SP werft niet gericht op personeel met een afstand tot de arbeidsmarkt. De SP heeft 1 medewerker in dienst die in het doelgroepenregister valt. Hierbij gaf de SP aan dat volgens het quotum (2,35%) de SP 2 mensen in dienst zou moeten hebben die aan de criteria voldoen en dat de SP er op dit moment dus nog niet aan voldoet.

Omdat ik van de andere twee partijen ook op de tweede reminder geen reactie ontvangen had, heb ik beide partijen in juli nogmaals benaderd, ditmaal via Twitter (via een DM als dat kon en als dat niet kon via een openbare tweet). Daags daarna reageerde GroenLinks, met excuses voor het wachten op een antwoord. Eind 2019 werkten er 70 medewerkers (38,28 fte, waarbij 1 fte = 32 uur per week) op het Landelijk Bureau van GroenLinks. In de reactie zegt GroenLinks dat m’n vraag terecht is en dat een politieke partij het goede voorbeeld moet geven. Daarom probeert GroenLinks ook actief mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. GroenLinks heeft hierover meerdere malen contact gehad met het UWV, maar het blijkt een uitdaging om de goede match te vinden. Maar het ontbreekt GroenLinks zeker niet aan de wil.
In mijn reactie hierop heb ik aangegeven dat ik uit het antwoord aflees dat GroenLinks als werkgever nog niet of nauwelijks mensen met een arbeidsbeperking in dienst heeft. Het is fijn dat GroenLinks als werkgever z’n best doet, maar dat doen andere werkgevers ook. En uiteindelijk worden de werkgevers afgerekend op de resultaten. Daarom heeft de sector overheid ook een verplichtend quotum opgelegd gekregen. Dit is door GroenLinks niet tegengesproken.

In m’n mails naar 50PLUS heb ik verwoord dat ik weet dat 50PLUS een kleine organisatie is, met gedurende 2018 gemiddeld 1,9 FTE in loondienst, maar dat ik ter volledigheid toch ook aan 50PLUS dezelfde vraag stel. Aangezien ik op m’n mails geen reactie heb ontvangen, heb ik 50PLUS op Twitter nogmaals geattendeerd op m’n vraag. Ook hierop heb ik geen reactie ontvangen.

Deel 2
Dezelfde vraag heb ik ook gesteld aan alle andere fracties die in de Tweede Kamer twee of meer zetels hebben: de PVV, de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren, de SGP, DENK en Forum voor Democratie. Hieronder ga ik in op hun antwoorden, wederom op volgorde van eerste contactmoment.

Eind september stuurde ik deze zes partijen een mail met deze vraag. De Partij voor de Dieren reageerde in oktober, met hartelijk dank voor m’n mail. De Partij voor de Dieren gaf aan dat ze in totaal 7.98 fte in dienst hebben en op dit moment geen medewerkers met een arbeidshandicap. En dat ze niet vaak een openstaande vacature hebben, maar zodra ze weer een vacature hebben, openstaan voor een werknemer met een arbeidsbeperking.

Ook de ChristenUnie reageerde in oktober. De ChristenUnie gaf aan dat op dit moment hun Tweede Kamerfractie 1 medewerker in dienst heeft die na een begeleidingstraject vanuit de gemeente in dienst gekomen is en dat je daarbij inderdaad zou kunnen spreken van een arbeidsbeperking. In totaal heeft de ChristenUnie 15 medewerkers. Ook bieden ze ruimte aan vrijwilligers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
In mijn reactie hierop heb ik aangegeven dat onder ‘arbeidsbeperking’ wordt verstaan dat iemand door een handicap of ziekte een beperking ervaart in (de weg naar) werk. Dus leeftijd, etniciteit of statushouderschap valt daar niet onder. Een gemeente kan een begeleidingstraject aanbieden aan allerlei mensen. Daarom heb ik gevraagd of de ChristenUnie kan aangeven op welke grond deze werknemer het begeleidingstraject werd toegekend door zijn/haar/x gemeente. Verder heb ik aangegeven dat het fijn is dat de ChristenUnie ruimte geeft aan vrijwilligers met een arbeidsbeperking, maar dat mijn vraag gaat over betaald werk. Nadien heb ik helaas geen antwoord op m’n twee mails met m’n vervolgvraag gekregen.

De overige vier partijen heb ik eind oktober een tweede mail gestuurd. Daarop kreeg ik spoedig een mail van de PVV met hartelijk dank voor m’n mail, dat dit onder de portefeuille Sociale Zaken en Werkgelegenheid valt en is doorgestuurd aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker binnen de PVV. In december had ik nog altijd geen reactie van deze beleidsmedewerker ontvangen en stuurde ik de PVV daarom een herinneringsmail. Opnieuw kreeg ik een mail met hartelijke dank terug en dat m’n bericht doorgestuurd is aan de beleidsmedewerker, waarbij het uiteraard aan de beleidsmedewerker is om op m’n mail wel dan niet verder te reageren. En dat mijn bericht echter te allen tijde opgenomen in dossier wordt en waar mogelijk, wenselijk en nodig ingezet ten behoeve van debatvoering en wijziging van beleid. Van de beleidsmedewerker heb ik geen reactie ontvangen.

Ook de SGP reageerde spoedig op m’n tweede mail, met ook een hartelijke dank. De SGP gaf aan dat ze ca. 10 fte personeel in dienst hebben en dat daar op dit moment geen werknemers met een lichamelijke arbeidsbeperking bij zijn. (In mijn vraag stond niet “lichamelijke”, want een arbeidsbeperking kan immers ook verstandelijk of psychisch zijn.)

Zowel Forum voor Democratie als DENK reageerden ook niet op de tweede mail en ook niet op de derde mail die ik in december stuurde. Daarom heb ik beide partijen op Twitter nogmaals geattendeerd op m’n vraag. Ook hierop heb ik geen reactie ontvangen.

Samenvatting en conclusie
Afgelopen jaar heb ik dertien politieke partijen gevraagd welk aandeel van hun werknemers een arbeidsbeperking heeft. Betaald werk dus, iets wat helaas niet elke politieke partij lijkt/leek te begrijpen. Slechts drie partijen gaven aan medewerkers met een arbeidsbeperking in dienst te hebben (PvdA, CDA en SP). Hiervan voldoen PvdA en CDA naar eigen zeggen aan de quotanormen uit de Banenafspraak. VVD, D66, GroenLinks, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en SGP hebben geen medewerkers met een arbeidsbeperking in dienst of konden/wilden gegevens hierover niet aanleveren. De partijen PVV, DENK, 50PLUS en FVD reageerden niet of niet inhoudelijk.

Er zijn dus enkele politieke partijen die als werkgever het goede voorbeeld geven en de daad bij het woord voegen, maar het gros van de politieke partijen (b)lijkt onvoldoende te doen wat betreft werknemers met een arbeidsbeperking.

[1] Onder andere terug te lezen op: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?id=2020Z02914&dossier=35394#activity-2019a05048 , Nota naar aanleiding van het verslag, vraag 15, en in het Verslag vastgesteld op 16 maart: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35394-6.html

[2] Ten tijde van m’n vraag kon ik over 2019 geen jaarverslag en/of jaarrekening vinden.

[3] Ik heb het ministerie van SZW en het UWV gevraagd of ze konden toelichten hoe dit precies werkt. Een werkgever valt onder de sector overheid als de werkgever voor het pensioen verplicht aangesloten is bij ABP en wanneer deze werkgever over 50 procent of meer van de verloonde uren Ufo premie betaalt. Werkgevers voor wie dit niet geldt, vallen onder de sector markt.