Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een groot deel van de ondersteuning van hun burgers in het sociaal domein. Er werden drie decentralisaties doorgevoerd: de Jeugdwet, de WMO en de Participatiewet. Lokaal beleid zou beter aansluiten bij de behoeften van burgers, zo was de uitleg van het toenmalig kabinet. De Participatiewet is de nieuwe bijstandswet sinds 2015. Met de Participatiewet kregen gemeenten de taak om hun burgers – met name hun burgers met een arbeidsbeperking – te helpen om werk te vinden. Met de Participatiewet werd er ook flink bezuinigd: vanaf 2015 kunnen alleen nog mensen zonder arbeidsvermogen in de Wajong komen en de sociale werkvoorziening (Wsw) is gesloten voor nieuwe mensen. Daarmee stroomden er ook meer mensen met een arbeidsbeperking de Participatiewet in.

Wettelijke opdracht voor ondersteuning

Zoals gezegd hebben gemeenten de wettelijke opdracht om mensen in de Participatiewet te “ondersteunen bij arbeidsinschakeling”, zoals dat in artikel 7 van deze wet staat (bron ). Dus zowel mensen met als zonder arbeidsbeperking. En ook niet-uitkeringsgerechtigden, die ook expliciet genoemd staan in dat artikel. Gemeenten hebben hierbij wel beleidsvrijheid: de manier waarop gemeenten deze ondersteuning inrichten en uitvoeren, mogen zij zelf bepalen. Wel moeten zij hiervoor een verordening opstellen: hierin moet een gemeente vastleggen hoe zij dit gaan uitvoeren.

gemeenten moeten beter ondersteunen in de zoektocht naar werk

Geen ondersteuning voor nuggers

Uit de signalen die de OmbudsSpits ontvangen heeft, blijkt helaas dat mensen in de Participatiewet lang altijd niet de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben. Of zelfs helemaal geen ondersteuning ontvangen. Met name niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) geven aan dat zij geheel geen ondersteuning ontvangen. In de meeste signalen heeft de nugger verwoord dat diegene een jobcoach als ondersteuning zou willen. Soms kreeg een nugger letterlijk het antwoord van hun gemeente dat ze geen begeleiding of ondersteuning ontvangen omdat diegene een nugger is. Wat bij een deel van de nuggers speelt, is dat ze geeneens weten dat ze bij hun gemeente om ondersteuning kunnen vragen. Ook al ontvangen ze geen uitkering. (Bij UWV kan dat overigens ook) Een deel van de nuggers zijn namelijk mensen die voor ‘het systeem’ onbekend zijn. Juist omdat ze geen uitkering ontvangen, staan ze niet in een kaartenbak en zijn ze daardoor onder de radar.

In een andere situatie is er zelfs sprake van een ongelijkwaardige (discriminatoire?) behandeling. Een nugger met een arbeidsbeperking geeft aan dat zijn gemeente mensen in de bijstand die onder de Banenafspraak vallen extra stimuleert om te gaan werken. Bij twee maanden een onbetaalde proefperiode en daarna een half jaar in dienst krijgt de bijstandsgerechtigde een premie van 250 euro. Aangezien deze nugger geen uitkering ontvangt, geldt deze premie niet voor hem.

Ondermaatse ondersteuning

Maar ook van mensen die wel een bijstandsuitkering ontvangen, zijn er signalen binnengekomen dat de ondersteuning onvoldoende of niet op maat was. In een situatie geeft de persoon aan dat de begeleiding via het werkbedrijf niet voldoet aan haar verwachtingen en wensen. De begeleiding die ze krijgt, is alleen het mondjesmaat toesturen van vacatures en soms voordragen bij bedrijven. Ze geeft aan meer begeleiding nodig te hebben bij het zoeken naar werk. Ze weet niet wat ze van haar gemeente kan vragen en waar ze recht op heeft. Haar gemeente heeft haar dit ook nooit toegelicht.

In een andere situatie geeft de persoon aan dat hij enerzijds te weinig ondersteuning en anderzijds te veel ondersteuning ontvangt van de sociale dienst van zijn gemeente. Dat klinkt cryptisch, maar samengevat: geen ondersteuning die passend is. Toen hij in het doelgroepregister opgenomen werd, kreeg hij automatisch een jobcoach die “helpt met omgaan met werk en collega’s” en hulpmiddelen. Maar dat had hij niet nodig: hij weet prima hoe hij moet werken en de hulpmiddelen die hij nodig heeft had hij al (hij had vóór zijn ziekte al een tijd gewerkt). Nu hij echter weer een baan heeft, heeft hij vanwege de extra tijd voor OV-reisassistentie een vervoersvoorziening aangevraagd. Eerst bij UWV, maar UWV wees het af en verwees hem door naar zijn gemeente. De sociale dienst is nu al bijna twee maanden bezig om dit te realiseren. Het gevolg is dat hierdoor een groot deel van de week op bed ligt. Hij ervaart dit als ontmoediging van werken door de sociale dienst.

Gemiste kansen

Het is een gemiste kans dat er mensen in de Participatiewet zijn – met of zonder uitkering – die onvoldoende ondersteund worden door hun gemeente. Bovenstaande signalen laten zien dat er gemeenten zijn die ondanks de wettelijke opdracht mensen met een arbeidsbeperking niet passende ondersteuning willen of kunnen geven. Daarom moet er een concretere invulling van deze wettelijke opdracht komen. Geen verordening waar een gemeente zichzelf niet aan hoeft te houden, maar een concretere verplichting waarbij passende ondersteuning beter afgedwongen kan worden. Gemeenten zouden hiervoor wel fors meer geld moeten krijgen van de rijksoverheid, want uit onderzoek blijkt dat dit veel te weinig is (bron)  Dit geld voor ondersteuning zou dan wellicht wel geoormerkt moeten worden, zodat dit geld echt besteed wordt aan deze ondersteuning en niet aan andere zaken, zoals lantaarnpalen.

Daarnaast zouden gemeenten hun burgers actiever kunnen informeren over welke ondersteuning en voorzieningen er mogelijk zijn voor werk. Mogelijk kunnen Werkbedrijven / WerkgeversServicePunten (WSP) hierbij ook een rol spelen. Voor veel mensen met een arbeidsbeperking is het nog altijd te ingewikkeld om uit te vinden welke voorzieningen onder welke voorwaarden ze kunnen krijgen, ook omdat instanties hen hierover onvoldoende informeren.