Een paar jaar geleden ontmoette ik tijdens een symposium van het UWV een kennis van me. Hij was op dat moment arbeidsdeskundige in opleiding bij het UWV en ook Wajong-gerechtigd. We maakten een praatje en er kwam een collega van hem bij staan. Hij vertelde haar dat we elkaar kenden van een eerdere activiteit in het kader van de Wajong in relatie tot participatie. Nadat we ons aan elkaar voorgesteld hadden, ging hij even koffie halen. Ons gesprekje had de interesse van zijn collega – ook arbeidsdeskundige in opleiding – gewekt. En toen ontstond de volgende dialoog.

“Ik hoorde jullie net praten over die Wajong-activiteit,” begon ze. “Dus jij zit ook in de Wajong?”
“Dat klopt. Al vanaf m’n achttiende zit ik in de Wajong,” antwoordde ik, benieuwd naar haar vervolgvraag.
“Dus je hebt ook een beperking?”
“Ja inderdaad, ik heb zeer zeker een beperking!”
“Aha. En… mag ik misschien vragen wat je beperking is?” Het was duidelijk dat ze na de theoretische presentaties van de ochtendsessie behoefte had aan een praktijkcasus. Ik ben altijd van harte bereid om m’n ervaringen te delen, zo ook nu. En tegelijkertijd hoopte ik dat ik haar met dit gesprek aan het denken zou kunnen zetten.
“Ja hoor, dat mag. Ik heb overigens wel meerdere beperkingen. Zo ben ik soms wat naïef. En ik kan ook slecht ‘nee’ zeggen, waardoor ik soms te veel doe. Maar m’n grootste beperking is, denk ik, dat ik nogal chaotisch kan zijn. Dat ik soms aan nogal wat dingen tegelijk denk, zeg maar.”
“Tjonge…” Ze leefde mee, zoveel was duidelijk. “En is bekend welke aandoening het is? Is het gediagnosticeerd?”
“Nee, het is niet gediagnosticeerd. Het is gewoon zoals het is. Ik ben gewoon soms nogal chaotisch. Of misschien beter gezegd, ‘wat warrig’, zei iemand onlangs eens.”
“Is dat niet lastig in het werk?”
“Jazeker, dat is soms echt een grote arbeidsbeperking! Als ik aan te veel dingen tegelijk denk, dan wordt het wel eens te druk in m’n hoofd. Dan ben ik ergens mee bezig en dan denk ik opeens ‘Oh ja, dat moet ook nog!’ en dan verlies ik soms even het overzicht.”
Ze stelde vast: “Je hebt behoefte aan structuur.”
“Dat klopt, dat is zo. Ik heb echt behoefte aan structuur.”
“En wie zorgt er dan voor die structuur?” ging ze geïnteresseerd verder, want ze wilde deze mogelijkheid om te kunnen leren van een praktijkvoorbeeld optimaal benutten.
“Dat doe ik zelf.”
“Hé?!” vroeg ze verbaasd, “Heb je daar geen begeleiding bij? Iemand die je daarbij helpt vanuit het UWV of een coach?” Ze kon niet geloven dat ik voor deze arbeidsbeperking geen begeleiding of ondersteuning kreeg.
“Nee,” verzekerde ik. “Ik zorg zelf dat ik genoeg structuur op m’n werk en in m’n leven heb. En ja, soms gaat dat wel eens niet helemaal goed, maar meestal kan ik mezelf hierbij heel goed redden.”
“Tjonge… Echt heel bijzonder dat je je met deze arbeidsbeperking helemaal zelf kunt redden. Dat lijkt me niet makkelijk. En daarom zit je dus in de Wajong?”
“Nee, ik zit in de Wajong omdat ik een spierziekte heb.”

Op dat moment keek ze alsof ze het in Keulen hoorde donderen.

Toen we het prettige gesprek daarna voortzetten, heb ik uitgelegd wat ik met m’n antwoorden bedoel. Globaal zijn dat twee dingen:
1) Mijn spierziekte is voor mij geen levens- of arbeidsbeperking. Als een werkgever mij de mogelijkheid geeft om ongeveer 25 uur per week te kunnen werken, is mijn spierziekte geen beperking. En op fysiek gebied is het wel een beperking, maar omdat ik hierop kan anticiperen is het geen levensbeperking. Ik zie m’n spierziekte dus ook niet als een negatief iets, een ‘stoornis’ of een ‘afwijking’, zoals er helaas nog wel vaak naar wordt gekeken door andere mensen, maar als iets positiefs en als iets dat bij me hoort.
2) Elk mens heeft beperkingen! Er is geen mens dat onbeperkt is. Mijn beperking is dat ik soms wat chaotisch of warrig ben. Die warrigheid is overigens geen ‘stoornis’ of ‘aandoening’, iets wat ‘medisch vastgesteld moet worden’ of iets wat ‘gediagnosticeerd moet worden’: ik ben gewoon wat warriger dan anderen. Punt. Zoals er ook mensen zijn die drukker zijn dan anderen, minder intelligent zijn dan anderen, creatiever zijn dan anderen, arroganter zijn dan anderen, technischer zijn dan anderen, egoïstischer zijn dan anderen, liever zijn dan anderen, zakelijker zijn dan anderen, et cetera. Dit kunnen allemaal beperkingen op gebied van werk en leven zijn – maar dat hoeft niet – terwijl deze beperkingen niet ‘gediagnosticeerd’ zijn. Sterker nog, in de ene situatie kan iets een beperking zijn terwijl in de andere situatie dat juist een meerwaarde of kracht kan zijn. Helaas blijven we ons focussen op zogenaamde beperkingen, in plaats van op kracht, capaciteiten en de meerwaarde. We denken nog teveel in “Elk voordeel heeft z’n nadeel” in plaats van in “Elk nadeel heeft z’n voordeel”.

We hebben in dit land nogal de neiging om elke ‘afwijking’ en elke ‘beperking’ te moeten stempelen. Niet alleen leidt dit tot ‘diagnostisering’: als je een ‘beperking’ hebt in de ogen van velen, dan moet deze per sé gestempeld worden. Of anders gezegd: je mag/kan niet gewoon ergens minder goed in zijn zonder apart stempel. Stel je voor dat jouw beperking geen stempel heeft! Maar ook leidt dit ertoe dat er een illusie gecreëerd wordt dat er ook mensen zonder beperking zouden zijn en dat de ‘grote meerderheid’ als absolute norm wordt gehanteerd. Alles wat niet overeenkomt met die ‘gewone’ norm wordt daardoor gezien als negatieve afwijking, in plaats van kenmerk van diversiteit.

Vaak wordt gezegd dat we een diverse en inclusieve samenleving willen zijn. Als dat ons streven is, dan moet het weer gewoon worden dat niet iedereen alles even goed kan en dat mensen verschillend zijn. Een verschil ten opzichte van ‘de norm’ is niet alleen een kenmerk van diversiteit; vaak kan dit verschil in bepaalde situaties juist een meerwaarde of een positief aspect zijn. Iets wat andere mensen aanzet om out-of-the-box te denken en te kijken. En die andere kijk, die is volgens mij hard nodig om te komen tot de benodigde transformatie naar een nieuwe tijd: een tijd waarin verschil er weer mag zijn, en een tijd waarin diversiteit gekoesterd wordt. We moeten veranderen. In ons denken en ons in leven. Om mensen met én zonder handicap weer in staat te stellen om te groeien en te bloeien. Want als je doet wat je altijd al deed, dan krijg je wat je altijd al kreeg.

Nico Blok, Social Impact Spits Onbeperkt aan de Slag

(Inmiddels zit Nico niet meer de Wajong: deze is op zijn verzoek beëindigd in 2017)