Obstakels die werkzoekenden met een arbeidsbeperking ervaren bij het aanvraagformulier Beoordeling arbeidsvermogen.

Oktober 2019 schreef ik onderstaand artikel, later aangevuld met twee updates. Inmiddels heb ik het artikel geüpdatet.

Eind maart 2019 is de OmbudsSpits Werk & Participatie gestart. Deze rol is een initiatief van Onbeperkt aan de Slag en wordt mede mogelijk gemaakt door ABN AMRO. De OmbudsSpits is een vertegenwoordiger uit de ‘doelgroep’ mensen met een arbeidsbeperking. Hij beantwoordt vragen van werkgevers en mensen met een arbeidsbeperking over wetten en regelingen rondom inclusief werkgeven, werken met een arbeidsbeperking en sociale zekerheid. En hij haalt signalen en ervaringen op van werkgevers en van mensen met een arbeidsbeperking over de inclusieve arbeidsmarkt: wat gaat er goed en wat gaat er niet goed? Werkgevers en mensen met een arbeidsbeperking kunnen zelf ook signalen en ervaringen doorgeven aan de OmbudsSpits. Hij inventariseert alle ervaringen en signalen. Bij voldoende aanleiding zal hij het betreffende onderwerp nader onderzoeken en hierover zijn bevindingen publiceren en/of dit onderwerp bij relevante organisaties/personen onder de aandacht brengen.

Eén van de onderwerpen waarover veel werkzoekenden signalen over doorgegeven hebben, is de Beoordeling arbeidsvermogen. Als je denkt dat je vanwege je arbeidsbeperking ondersteuning nodig hebt bij werk of inkomen, kun je bij het UWV zo’n Beoordeling arbeidsvermogen aanvragen. Een paar signalen over deze beoordeling worden hieronder uitgelicht.

 

Het formulier voor deze beoordeling

 

Als je een beperking hebt en een Beoordeling arbeidsvermogen via de site van het UWV aanvraagt zijn er drie mogelijkheden waaruit je moet kiezen: een indicatie banenafspraak, een advies indicatie beschut werk of een Wajong-uitkering.

 

Het aanvragen van deze beoordeling moet je doen met een aanvraagformulier, dat je op de site van het UWV kunt vinden (je hebt hierbij je DigiD-gegevens nodig): https://www.uwv.nl/particulieren/formulieren/aanvragen-beoordeling-arbeidsvermogen.aspx . Bij het invullen van dit formulier heb je de keuze uit drie mogelijkheden:

  • Indicatie banenafspraak. Op het formulier omschrijft het UWV dit als volgt: Wordt of werd u door uw gemeente naar werk begeleid? En kunt u werken maar door uw ziekte of handicap het minimumloon niet verdienen? Dan kunt u misschien een Indicatie banenafspraak krijgen. Daarmee kunt u in aanmerking komen voor een baan uit de banenafspraak.”
  • Advies indicatie beschut werk. Op het formulier omschrijft het UWV dit als volgt: Wordt of werd u door uw gemeente naar werk begeleid? Of krijgt u een uitkering van UWV? En kunt u alleen werken met een vorm van ondersteuning die een gewone werkgever niet kan bieden? Ook niet met hulp van de gemeente of UWV? Dan kunt u misschien een Advies indicatie beschut werk krijgen.”
  • Wajong-uitkering. Op het formulier omschrijft het UWV dit als volgt: Kreeg u jong een ziekte of handicap? En kunt u nu en in de toekomst niet werken? Dan kunt u een Wajong-uitkering krijgen als u aan de voorwaarden voldoet.” Op dit formulier gaat het hierbij alleen om de Wajong 2015. Deze ‘nieuwste’ Wajong geldt voor mensen die op jonge leeftijd een ziekte of handicap kregen en daardoor nu en in de toekomst bijna of geheel geen mogelijkheden hebben om te werken. In moeilijke, juridische taal: “volledig en duurzaam geen arbeidsvermogen”.

De gevolgen van deze drie keuzes

 

 

De keuze die je maakt heeft gevolgen voor de soort uitkering, de hoogte van je uitkering, en hoeveel ondersteuning bij werk of inkomen je krijgt. Denk er dus goed over na!

 

 

Elk van de drie keuzes heeft verschillende gevolgen:

  • Met een indicatie banenafspraak heb je meer kans om bij een werkgever aan het werk te komen – vooral bij overheidswerkgevers. De banenafspraak is een afspraak tussen bedrijven, overheid en de sociale partners om 125.000 extra banen te creëren bij reguliere werkgevers vóór 2026. Werkzoekenden die met een indicatie banenafspraak worden opgenomen in het doelgroepregister, een landelijk register dat door het UWV beheerd wordt. Wel kom of blijf je hierdoor in de Participatiewet (met of zonder uitkering). De Participatiewet is – in tegenstelling tot wat nog vaak gedacht wordt – geen ‘gehandicaptenwet’, maar de nieuwe bijstandswet sinds 2015. Iedereen, met of zonder arbeidsbeperking, die geen werk heeft en geen WW-recht (meer) heeft, kan onder deze Participatiewet vallen. Bij deze Participatiewet hoort voor alleenstaanden vanaf 21 jaar een uitkering van 70% van het netto minimumloon. Voor gehuwden of samenwonenden geldt een uitkering van 100% van het netto minimumloon samen (dus per persoon 50%). Ook is er in de Participatiewet een toetsing op onder andere het inkomen van je partner en/of huisgenoten en op je vermogen. Met ‘vermogen’ wordt niet je arbeidsvermogen bedoeld, maar wat je hebt aan bezittingen, zoals spaargeld, een auto of een eigen huis. In deze gevallen krijg je een lagere uitkering of krijg je in sommige situaties zelfs helemaal geen uitkering, bijvoorbeeld als je te veel spaargeld hebt of het inkomen van je partner te hoog is. Maar of je nu wel of geen uitkering krijgt: als je ondersteuning nodig hebt om aan het werk te komen, dan moet jouw gemeente je daar bij helpen. Je gemeente mag wel zelf bepalen hoe ze je ondersteunen.
  • In het geval dat je wel kunt werken, maar hiervoor zoveel ondersteuning nodig hebt dat een ‘gewone’ werkgever die je niet kunt bieden, kun je mogelijk een advies indicatie beschut werk Je kunt wel werken, maar meestal alleen in een beschermde (beschutte) omgeving. Gemeenten zijn voor deze beschutte werkplekken verantwoordelijk. Als het UWV een positief advies voor jou geeft, dan kun je hiermee naar jouw gemeente gaan. Je gemeente is dan verplicht om voor jou een werkplek te realiseren, tenzij je gemeente in dat jaar al voldoende beschut werkplekken gerealiseerd heeft. Deze werkplek kan bij de gemeente zelf gerealiseerd worden, maar ook bij een andere werkgever. Beschut werk is mogelijk voor mensen uit de Participatiewet, maar ook voor mensen met een uitkering van het UWV. Bij beschut werk krijg je ‘gewoon’ loon. Dat is minimaal het minimumloon, ook als je minder productief bent (de werkgever ontvangt dan een loonkostensubsidie hiervoor).
  • Met een Wajong-uitkering 2015ontvang je een uitkering van (minimaal) 75% van het bruto minimumloon. Er is geen toetsing op bijvoorbeeld je spaargeld of het inkomen van je partner. Dus als je samenwoont met een partner, dan heeft dat geen gevolgen voor jouw uitkering. (Let op! Heeft je partner een Participatiewet-uitkering, dan heeft samenwonen wel gevolgen voor de uitkering van je partner.) Maar je hebt dan wel het label “volledig en duurzaam geen arbeidsvermogen”, wat betekent: je kunt nu en in de toekomst niet of nauwelijks werken. Met zo’n label krijg je dus wel een uitkering, maar veel minder ondersteuning van de overheid (het WSP, het UWV en/of de gemeente) bij werk. En je wordt ook niet opgenomen in het doelgroepregister, dus je telt niet mee voor de banenafspraak. Dat is niet vreemd: je hebt immers het label “in de toekomst niet of nauwelijks kunnen werken”. Maar daardoor zal het dus veel lastiger zijn om aan het werk te komen.

 

Diverse aanvragers ervaren keuzestress

 

 

Je MOET voor 1 van de 3 mogelijkheden kiezen: als je eenmaal gekozen hebt kun je niet meer makkelijk wisselen.

 

 

Het eerste signaal dat door een aantal werkzoekenden genoemd wordt, is dat je moet kiezen uit deze drie mogelijkheden: je kunt slechts één mogelijkheid aanvinken. Dat lijkt logisch, uitgaande van een situatie die met zekerheid vaststaat. Echter, diverse werkzoekenden geven aan dat ze erg twijfelen met deze keuze, met name de keuze tussen indicatie banenafspraak en Wajong-uitkering: ze willen graag werken, maar weten niet zeker of ze dit kunnen of dat ze het werk vol kunnen houden. Bijvoorbeeld omdat ze nog nooit gewerkt hebben. Of omdat hun ziekte of handicap progressief of wisselend is. Of omdat ze bang zijn voor een terugval nadat ze in een ‘goede’ tijd als “u heeft arbeidsvermogen” beoordeeld zijn, in makkelijke taal “u heeft mogelijkheden om te werken”. Wat nu?

De belangrijkste vraag die bij deze werkzoekenden blijft hangen is: “Als ik nu op het formulier Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen kies voor indicatie banenafspraak en het blijkt dat ik het werk toch niet kan volhouden, kan ik dan later alsnog terugvallen op Wajong 2015?”
Informatie hierover op zowel de site van het UWV als op de site van de Rijksoverheid ontbreekt. Op de site van het UWV staan wel de voorwaarden voor Wajong 2015: https://www.uwv.nl/particulieren/arbeidsbeperkt/wajong-2015/jong-een-arbeidsbeperking/detail/wat-zijn-de-voorwaarden-voor-wajong-2015 . Zoals hierboven al beschreven is een belangrijke voorwaarde dat de aanvrager “duurzaam geen arbeidsvermogen” heeft. Aangezien met het oordeel indicatie banenafspraak ‘arbeidsvermogen’ vastgesteld is, lijkt volgens de site van het UWV de kans klein om na het oordeel indicatie banenafspraak in een later stadium alsnog een oordeel Wajong 2015 te krijgen. Echter, op basis van de wetstekst (https://wetten.overheid.nl/BWBR0008657/2019-07-01#Hoofdstuk1a , lid 2 en/of lid 3 van dit wetsartikel 1a:1) lijkt er een grond te zijn om als de ziekte of handicap erger wordt alsnog voor Wajong 2015 in aanmerking te komen, ook enkele jaren nadien. De constatering is dat op de site van UWV op deze vraag en soortgelijke vragen zoals bijvoorbeeld “Wat gebeurt er met je aanvraag Wajong 2015 als ik zou solliciteren met de eerste maanden in proeftijd?” geen antwoorden te vinden zijn. En dat dat leidt tot onzekerheid en daarmee (keuze)stress bij deze werkzoekenden.

  • De OmbudsSpits zal deze vragen daarom voorleggen aan de relevante organisaties (o.a. UWV en ministerie van SZW) en hun reacties op deze vragen delen in een volgend artikel.

 

 

Aanvragers kunnen via dit formulier niet kiezen voor de doelgroep quotum

 

Als je alleen maar kunt werken met een voorziening, zoals een brailleleesregel of een vervoersvoorziening, val je onder de extra quotumdoelgroep en kun je meetellen met het doelgroepregister. Maar er is op het formulier geen mogelijkheid dit aan te kruisen. Voor deze doelgroep is er een ander formulier. Als je denkt dat je tot de extra quotumdoelgroep behoort, kun je met dat andere formulier een beoordeling hiervoor aanvragen bij het UWV.

 

 
Een ander signaal, dat ikzelf geconstateerd heb toen ik van een werkzoekende het formulier Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen toegestuurd kreeg, is dat dit formulier geen rekening houdt met de mensen die onder de ‘extra quotumdoelgroep’ vallen. Dit zijn mensen met een arbeidsbeperking die niet onder de doelgroep van de banenafspraak vallen, maar dus onder een extra doelgroep die meetelt met cijfers van de banenafspraak als het quotum geactiveerd wordt. Voor de overheidssector is dit inmiddels het geval: per 1 januari 2018 is de quotumregeling voor de werkgevers van de sector overheid geactiveerd. Ook mensen uit de quotumdoelgroep horen dus opgenomen te worden in het doelgroepregister. Dat staat in informatie van zowel het ministerie van SZW (zie o.a. het ‘Kennisdocument Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten’) als in informatie van het UWV (o.a. https://www.uwv.nl/particulieren/arbeidsbeperkt/beoordeling-arbeidsvermogen/mijn-aanvraag/detail/wat-is-het-doelgroepregister/wie-worden-opgenomen-in-het-doelgroepregister).
Deze extra doelgroep voor de quotumregeling bestaat uit de volgende mensen: Mensen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die met een voorziening werken en dankzij deze voorziening WML (of meer dan het WML) kunnen verdienen, zonder voorziening kunnen zij dat niet.”

De ‘voorziening’ die hier verwoord is, is bijvoorbeeld een braille toetsenbord of een vervoersvoorziening. Echter, op het formulier Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen is deze extra doelgroep voor het quotum niet genoemd. Dat is opmerkelijk, omdat uit de beoordeling arbeidsvermogen de beoordeling kan komen dat de persoon toch het WML (of meer) kan verdienen, maar alleen met een voorziening, en dus tot de doelgroep quotum behoort. Waarom dan niet de optie ‘indicatie quotum’ als vierde optie op het formulier vermelden? Mijns inziens heeft dat twee voordelen:

  • Deze mensen horen sowieso opgenomen te worden in het doelgroepregister op basis van de informatie van het ministerie en UWV. Mijns inziens kan het formulier hieraan bijdragen.
  • Het formulier is niet alleen een hulpmiddel voor het UWV, maar ook voor de aanvrager. Door de optie ‘indicatie quotum’ op te nemen en te beschrijven wordt de aanvrager meegegeven dat dit ook een mogelijkheid is. Zoals gezegd: het is heel goed mogelijk dat tijdens de beoordeling blijkt dat de aanvrager toch voldoende arbeidsvermogen heeft om het WML te verdienen, maar dat dit alleen kan met een voorziening. De vraag over die voorziening staat overigens al opgenomen bij vraag 4.4: Heeft u voorzieningen, aanpassingen of begeleiding nodig om te kunnen werken? Kortom: als vraag 4.4 al zo breed gesteld wordt, dan sluit dat perfect aan bij ‘indicatie quotum’. En die mogelijkheid ‘indicatie quotum’ opnemen heeft ook nog als positieve bijkomstigheid dat het formulier minder gaat uitstralen dat alleen mensen met een arbeidsbeperking die niet het WML kunnen verdienen ondersteuning nodig hebben. Want ook mensen met een arbeidsbeperking die wél het WML kunnen verdienen, kunnen ondersteuning nodig hebben. (Zoals er overigens ook mensen in de doelgroep banenafspraak zijn die wél het WML kunnen verdienen: een deel van de mensen in de Wajong met arbeidsvermogen kan immers het WML of meer verdienen.)

Deze extra quotumdoelgroep is eind 2018 toegevoegd aan de doelgroep banenafspraak. Helaas was en is dit nog bij veel mensen niet bekend: van diverse mensen die tot deze quotumdoelgroep behoren heb ik hierover vragen ontvangen, maar ik constateer ook dat een deel van de politiek, overheid, media, wetenschap en andere stakeholders dit niet weet. En ook ikzelf wist dit niet ten tijde van de eerste versie van dit artikel, oktober 2019 (ik ben hierover op de hoogte gebracht door Neeltje Huvenaars van Raad & Respons, waarvoor nogmaals veel dank). Hoe kan dat?
Ten eerste wist/weet een deel van deze mensen uit de extra quotumdoelgroep zelf niet dat ze hiertoe behoren. Onder andere doordat de nadruk bij ‘doelgroepregister’ en ‘banenafspraak’ in beleid, opinie, media en nieuws helaas nog (te) vaak ligt op de mensen met een arbeidsbeperking die niet het minimumloon per uur kunnen verdienen. Met ‘dank’ aan een deel van de politiek, overheid, media, wetenschap en andere stakeholders die maar keer op keer bij een uitleg over het doelgroepregister zeggen of schrijven “dat zijn mensen die niet het minimumloon per uur kunnen verdienen”. Door dit onjuiste frame van hen is een deel van deze mensen uit de extra quotumdoelgroep dus gaan denken dat ze niet in het doelgroepregister zitten, terwijl ze juist wél in het doelgroepregister opgenomen kunnen worden.
Ten tweede omdat de informatie over deze toevoeging gewoonweg heel moeilijk te vinden en te begrijpen was/is: overheidscommunicatie hierover was in 2019 (en eind 2018, toen deze aanpassing van kracht werd) nagenoeg niet te vinden. Niet op de site van de rijksoverheid en niet op de site van het UWV. Slechts in een bijlage bij een Memorie van Toelichting bij een wetsvoorstel – dus geeneens in de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel zelf – was toendertijd hierover informatie te vinden: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34956_deactivering_van_de . Inmiddels is er meer informatie hierover op de overheidssites en is de bekendheid hierover ook toegenomen. Maar ook nu nog ontvang ik signalen en vragen van mensen met een arbeidsbeperking over deze extra quotumdoelgroep en constateer ik ook nog dat sommige mensen uit het werkveld (bijvoorbeeld coaches of jobhunters) dit nog niet weten. Ook weten nog zeker niet alle werkgevers dit. Daarom een kort ‘stappenplan’ bij de vraag “Zit ik nou wel of niet in het doelgroepregister?”:

  • Had je je beperking al vóór je 18e jaar of tijdens je studie?
  • Heb je een voorziening, bijvoorbeeld een brailleleesregel of speciaal vergrootscherm of een vervoersvoorziening, nodig om te kunnen werken en kun je met deze voorziening het wettelijk minimumloon (of meer) verdienen?

Als het antwoord op deze twee vragen ‘ja’ is, behoor je tot deze doelgroep en kun je opgenomen worden in het doelgroepregister. Om nog maar eens een andere helaas veelgenoemde misvatting weg te nemen: “Als je geen uitkering hebt, kun je niet in het doelgroepregister komen.” Dat is onjuist. Ook niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers / NUG’ers / NUG-ers of hoe dit ook afgekort wordt…) kunnen dus opgenomen in het doelgroepregister, als ze aan deze voorwaarden voldoen.[1]

 

Denk jij dat je tot deze quotumdoelgroep behoort? Dan kun je een beoordeling hiervoor aanvragen bij het UWV! Het betreffende aanvraagformulier vind je hier: https://www.uwv.nl/particulieren/formulieren/aanvragen-beoordeling-werken-met-een-voorziening.aspx . Het UWV beoordeelt dit. Als dit zo is, word je opgenomen in het doelgroepregister en tel je dus mee bij de monitorresultaten van de Banenafspraak en het Quotum.

 

 

 

[1] Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen ook onder groep 1 van de banenafspraak vallen en daarmee ook in het doelgroepregister komen. In het kennisdocument van het ministerie van SZW (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2015/03/06/kennisdocument ) staat wie tot deze groep 1 behoren: “Mensen die onder de Participatiewet vallen en die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon (WML) per uur kunnen verdienen.” Ook niet-uitkeringsgerechtigden vallen onder de Participatiewet: immers, gemeenten hebben ook de verplichting om hun niet-uitkeringsgerechtigden te ondersteunen naar werk.