SCP-rapport Participatiewet

SCP-rapport Participatiewet: nuttig, niet verrassend, andere beeldvorming nodig. Ook bij het SCP zelf.

Vorige week publiceerde het SCP hun rapport Eindevaluatie van de Participatiewet: https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2019/Eindevaluatie_van_de_Participatiewet. Als OmbudsSpits Werk & Participatie heb ik dit rapport gelezen. De meeste uitkomsten in dit rapport verbazen me niet. Dit geldt ook voor de vier stellingen van het SCP, naar aanleiding van de vier aannames die ten grondslag liggen aan de Participatiewet, en de aandachtspunten die het SCP noemt om de Participatiewet te verbeteren. Sinds 2007 houd ik me via onderzoek en werk bezig met de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking, er zijn eerder ook al diverse onderzoeken naar soortgelijke onderwerpen gedaan en sinds september 2018 ontvang ik als OmbudsSpits signalen van mensen met een arbeidsbeperking en van werkgevers. De eerdere uitkomsten, ervaringen en signalen hiervan komen grotendeels overeen met hetgeen in dit SCP-rapport staat. Het gaat om de volgende zaken in het SCP-rapport:

  • Een groot deel van de mensen in de bijstand wil graag werken maar heeft belemmeringen in zowel arbeid als in andere levensdomeinen, zoals (mantel)zorg, schuldenproblematiek, onderwijs en wonen.
  • Negatieve prikkels werken vaak niet, want zie hierboven: het lost die belemmeringen niet op.
  • Instrumenten en subsidies zijn nooit de belangrijkste reden om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.
  • Wetgeving is ingewikkelder geworden: er is dus nog (lang) geen ‘één regeling’ voor mensen die extra ondersteuning en/of maatwerk nodig hebben. (Ik gebruik expres niet het machistische jargon “onderkant van de arbeidsmarkt”…)
  • Door de Banenafspraak is de aandacht voor mensen met een arbeidsbeperking bij werkgevers toegenomen.
  • Mensen in de Wsw-doelgroep hebben door de afsluiting van de sociale werkvoorziening minder kans op werk.
  • Mensen met een arbeidsbeperking die onzichtbaar, onvoorspelbaar en onberekenbaar is hebben minder kans bij werkgevers dan mensen met een arbeidsbeperking die zichtbaar, voorspelbaar en berekenbaar is.
  • Persoonlijke aandacht is voor matching van groot belang.
  • Er is een andere benadering van werkgevers nodig om meer werkgevers te stimuleren.

Desalniettemin is het zeer nuttig dat in dit rapport nu helder zwart op wit staat wat er nog niet goed gaat in de Participatiewet. En hoe het anders en beter zou kunnen om mensen in de Participatiewet beter te ondersteunen in inkomen en naar werk toe. Ook al zijn de uitkomsten en aandachtspunten niet onverwachts. Het enige wat me opvalt, is dat het SCP het opvallend vindt dat “een meerderheid van de jonggehandicapten die een baan vindt dit doet zonder inzet van instrumenten of begeleiding van gemeenten. Zij komen zelf aan het werk.” Dat is niet zo opvallend: zoals gezegd zijn instrumenten nooit de belangrijkste factor voor het vinden van een baan en in het rapport zelf geeft SCP aan dat een meerderheid van de jonggehandicapten kritisch is over de ondersteuning die zij ontvangen van gemeenten bij het zoeken naar werk. Een minderheid vindt dat de geboden hulp hen motiveerde om werk te zoeken en de kans op werk heeft vergroot. Dus zal een groot deel van deze mensen andere manieren zoeken om werk te vinden. Heel logisch dus.

Om te bereiken dat meer werkgevers mensen met een arbeidsbeperking aannemen, is vooral een andere, positievere beeldvorming over mensen met een arbeidsbeperking nodig. Stop met dat denken in theoretische regelingen en stem beleid af op de praktijk in plaats van andersom.

Ja, mensen met een arbeidsbeperking zijn meer in beeld bij werkgevers dan voorheen, vooral door de Banenafspraak. Maar dat ‘het goed gaat met de economie’ is onvoldoende voor mensen met een arbeidsbeperking om meer kans op werk te krijgen. Daar is veel meer voor nodig, zoals het SCP ook concludeert en als aandachtspunten mee geeft. Het vooral denken in economische prikkels en voortdurend regelingen en subsidies veranderen, zoals beleidsmakers helaas vaak doen, draagt niet bij aan meer mensen met (en zonder) arbeidsbeperking aan het werk. Zoals de stellingen en aandachtspunten van het SCP nu beschrijven – maar wat we bij Onbeperkt aan de Slag al jarenlang weten, net zoals vele andere organisaties die zich met dit onderwerp in de praktijk bezighouden – gaat het om persoonlijke aandacht en om de vraag hoe ‘we’ als samenleving tegen mensen met een arbeidsbeperking aankijken. Zo weten we al lang dat instrumenten en subsidies inderdaad niet de belangrijkste reden zijn om mensen met een arbeidsbeperking aannemen. Iets wat ik overigens al in 2008 wist, omdat dat ook bleek uit mijn onderzoek naar mensen in de Wajong: https://www.werkhoezithet.nl/doc/kennisbank/wajongers_reguliere_werkgever.pdf . Toch blijven veel beleidsmakers en politici maar denken in dit ‘subsidiedenken’ en ‘regelingendenken’. Verder is volgens het SCP het matchingsproces van groot belang, met daarbij helder inzicht in de mogelijkheden en beperkingen. Vermoedelijk was voor het gros van de organisaties en personen die zich hiermee bezighouden hier geen nieuw onderzoek voor nodig, maar het is goed dat het nu opnieuw zwart op wit staat. Hopelijk dat beleidsmakers en politici daar nu van overtuigd zijn en ze daar de focus op willen leggen in hun werk, in plaats van om de zoveel jaar nieuwe regels voor bijstand, Wajong, voorzieningen en subsidies bedenken. Want juist dat voortdurend aanpassen van wetten en regelingen zorgt voor een (te) complex systeem voor mensen met een arbeidsbeperking én werkgevers, zoals ook in dit rapport benoemd is.

Ook meer dan terecht benoemt het SCP dat de betrokkenheid van werkgevers essentieel is. Het SCP benoemt hierbij – in lijn met diverse eerdere onderzoeken van andere onderzoekers – dat sociale verantwoordelijkheid en intrinsieke motivatie de doorslag geven om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Nog belangrijker is dat het SCP stelt dat om een grotere groep werkgevers te mobiliseren dus een andere benadering van werkgevers nodig is. Wat dan jammer is dat het SCP zelf daar niet aan meedoet: waar het gaat om mensen met een arbeidsbeperking noemt het SCP in dit rapport bijna alleen maar de ‘negatieve’ kanten en de (veronderstelde) risico’s voor werkgevers, zoals (vermeend) verlies aan productiviteit en de (vermeende) tijd en energie die het kost om hen in dienst te nemen. Bijna nergens in dit rapport wordt de meerwaarde van mensen met een arbeidsbeperking voor werkgevers benoemd. Vaak zijn deze mensen loyaal, een groot deel van hen is minder vaak ziek dan het landelijk gemiddelde, het ziekteverzuim binnen de afdeling en/of organisatie daalt als de organisatie mensen met een arbeidsbeperking aanneemt, en ‘je zou het bijna vergeten’ maar mensen met een arbeidsbeperking hebben ook vaardigheden en talenten. Het zijn net mensen… Daarbij blijkt uit onderzoek van Accenture (https://www.accenture.com/_acnmedia/pdf-89/accenture-disability-inclusion-research-report.pdf) dat werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking in dienst hebben een hogere omzet, winst en aandeelhoudersopbrengst hebben dan werkgevers die geen mensen met een arbeidsbeperking in dienst hebben. Wat niet vreemd is: meer diversiteit zorgt voor meer zienswijzen en perspectieven, wat alleen maar nuttig is voor een organisatie. Maar ook zal de ondernemer meer consumenten aanspreken: een organisatie die bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk is, is dat voor haar eigen werknemers in een rolstoel, maar natuurlijk ook voor klanten in een rolstoel. Het is jammer dat voor deze zienswijze in het SCP-rapport (bijna) geen plaats is. Door mensen met een arbeidsbeperking voornamelijk als ‘kostenpost’ en ‘risicofactor’ te beschouwen, zal die “andere benadering van werkgevers” niet gaan lukken. Die andere benadering van werkgevers kan alleen ontstaan als we mensen met een arbeidsbeperking zien als volwaardige werknemers en volwaardige zelfstandig ondernemers, die net zoals mensen zonder arbeidsbeperking beperkingen én mogelijkheden hebben.

Tot slot: in het SCP-rapport is verwoord dat een veel voorkomend argument van werkgevers om geen mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen is: “Er zijn geen geschikte vacatures.” Echter, het probleem is vaak niet de persoon met een arbeidsbeperking, maar dat de vacature te uniform ingericht is (= gebaseerd op mensen zonder arbeidsbeperking). Dat er te weinig in maatwerk gedacht wordt (= niet mensen in uniforme vacatures proppen, maar werk aanpassen naar de mogelijkheden van mensen). Als een werkgever bereid is om creatief te denken naar hoe binnen de organisatie werk passend gemaakt kan worden, uitgaande van vooral de mogelijkheden en capaciteiten van mensen met een arbeidsbeperking, dan ontstaat daarmee een prachtige kans om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Iets waar vaak werknemer én werkgever beiden profijt van hebben.

2019-11-27T21:53:48+00:00