Aanvraagformulier Beoordeling arbeidsvermogen

Eind maart dit jaar is de OmbudsSpits Werk & Participatie gestart. Deze rol is een initiatief van Onbeperkt aan de Slag en wordt mede mogelijk gemaakt door ABN AMRO. De OmbudsSpits is een vertegenwoordiger uit de ‘doelgroep’ mensen met een arbeidsbeperking. Hij beantwoordt vragen van werkgevers en mensen met een arbeidsbeperking over wetten en regelingen rondom inclusief werkgeven, werken met een arbeidsbeperking en sociale zekerheid. En hij haalt signalen en ervaringen op van werkgevers en van mensen met een arbeidsbeperking over de inclusieve arbeidsmarkt: wat gaat er goed en wat gaat er niet goed? Werkgevers en mensen met een arbeidsbeperking kunnen zelf ook signalen en ervaringen doorgeven aan de OmbudsSpits. Hij inventariseert alle ervaringen en signalen. Bij voldoende aanleiding zal hij het betreffende onderwerp nader onderzoeken en hierover zijn bevindingen publiceren en/of dit onderwerp bij relevante organisaties/personen onder de aandacht brengen.

Afgelopen maanden heeft de OmbudsSpits van zowel werkgevers als mensen met een arbeidsbeperking diverse signalen ontvangen. Eén van de onderwerpen waarover diverse signalen door meerdere werkzoekenden zijn doorgegeven, is de Beoordeling arbeidsvermogen. Als je denkt dat je vanwege je arbeidsbeperking ondersteuning nodig hebt bij werk of inkomen, kun je bij het UWV zo’n Beoordeling arbeidsvermogen aanvragen. Een paar signalen over deze beoordeling worden hieronder uitgelicht.

Het formulier voor deze beoordeling

Als je een beperking hebt en een Beoordeling arbeidsvermogen via de site van het UWV aanvraagt zijn er drie mogelijkheden waaruit je moet kiezen: een indicatie banenafspraak, een advies indicatie beschut werk of een Wajong-uitkering.

Het aanvragen van deze beoordeling moet je doen met een aanvraagformulier, dat je op de site van het UWV kunt vinden (je hebt hierbij je DigiD-gegevens nodig): https://www.uwv.nl/particulieren/formulieren/aanvragen-beoordeling-arbeidsvermogen.aspx . Bij het invullen van dit formulier heb je de keuze uit drie mogelijkheden:

  • Indicatie banenafspraak. Op het formulier omschrijft het UWV dit als volgt: Wordt of werd u door uw gemeente naar werk begeleid? En kunt u werken maar door uw ziekte of handicap het minimumloon niet verdienen? Dan kunt u misschien een Indicatie banenafspraak krijgen. Daarmee kunt u in aanmerking komen voor een baan uit de banenafspraak.”
  • Advies indicatie beschut werk. Op het formulier omschrijft het UWV dit als volgt: Wordt of werd u door uw gemeente naar werk begeleid? Of krijgt u een uitkering van UWV? En kunt u alleen werken met een vorm van ondersteuning die een gewone werkgever niet kan bieden? Ook niet met hulp van de gemeente of UWV? Dan kunt u misschien een Advies indicatie beschut werk krijgen.”
  • Wajong-uitkering. Op het formulier omschrijft het UWV dit als volgt: Kreeg u jong een ziekte of handicap? En kunt u nu en in de toekomst niet werken? Dan kunt u een Wajong-uitkering krijgen als u aan de voorwaarden voldoet.” Op dit formulier gaat het hierbij alleen om de Wajong 2015. Deze ‘nieuwste’ Wajong geldt voor mensen die op jonge leeftijd een ziekte of handicap kregen en daardoor nu en in de toekomst bijna of geheel geen mogelijkheden hebben om te werken. In moeilijke, juridische taal: “volledig en duurzaam geen arbeidsvermogen”.

De gevolgen van deze drie keuzes

De keuze die je maakt heeft gevolgen voor de soort uitkering, de hoogte van je uitkering, en hoeveel ondersteuning bij werk of inkomen je krijgt. Denk er dus goed over na!

Elk van de drie keuzes heeft verschillende gevolgen:

  • Met een indicatie banenafspraak heb je meer kans om bij een werkgever aan het werk te komen – vooral bij overheidswerkgevers. De banenafspraak is een afspraak tussen bedrijven, overheid en de sociale partners om 125.000 extra banen te creëren bij reguliere werkgevers vóór 2026. Werkzoekenden die met een indicatie banenafspraak worden opgenomen in het doelgroepregister, een landelijk register dat door het UWV beheerd wordt. Wel kom of blijf je hierdoor in de Participatiewet (met of zonder uitkering). De Participatiewet is – in tegenstelling tot wat nog vaak gedacht wordt – geen ‘gehandicaptenwet’, maar de nieuwe bijstandswet sinds 2015. Iedereen, met of zonder arbeidsbeperking, die geen werk heeft en geen WW-recht (meer) heeft, kan onder deze Participatiewet vallen. En bij deze Participatiewet hoort een lagere uitkering dan de Wajong 2015 (voor alleenstaanden vanaf 21 jaar zonder kinderen 70% van het minimumloon). Ook is er in de Participatiewet een toetsing op onder andere het inkomen van je partner en/of huisgenoten en op je vermogen. Met ‘vermogen’ wordt niet je arbeidsvermogen bedoeld, maar wat je hebt aan bezittingen, zoals spaargeld, een auto of een eigen huis. In deze gevallen krijg je een lagere uitkering of krijg je in sommige situaties zelfs helemaal geen uitkering, bijvoorbeeld als je te veel spaargeld hebt of het inkomen van je partner te hoog is. Maar of je nu wel of geen uitkering krijgt: als je ondersteuning nodig hebt om aan het werk te komen, dan moet jouw gemeente je daar bij helpen. Je gemeente mag wel zelf bepalen hoe ze je ondersteunen.
  • In het geval dat je wel kunt werken, maar hiervoor zoveel ondersteuning nodig hebt dat een ‘gewone’ werkgever die je niet kunt bieden, kun je mogelijk een advies indicatie beschut werk krijgen. Je kunt wel werken, maar meestal alleen in een beschermde (beschutte) omgeving. Gemeenten zijn voor deze beschutte werkplekken verantwoordelijk. Als het UWV een positief advies voor jou geeft, dan kun je hiermee naar jouw gemeente gaan. Je gemeente is dan verplicht om voor jou een werkplek te realiseren, tenzij je gemeente in dat jaar al voldoende beschut werkplekken gerealiseerd heeft. Deze werkplek kan bij de gemeente zelf gerealiseerd worden, maar ook bij een andere werkgever. Beschut werk is mogelijk voor mensen uit de Participatiewet, maar ook voor mensen met een uitkering van het UWV. Bij beschut werk krijg je ‘gewoon’ loon. Dat is minimaal het minimumloon, ook als je minder productief bent (de werkgever ontvangt dan een loonkostensubsidie hiervoor).
  • Met een Wajong-uitkering 2015 ben je verzekerd van een hogere uitkering dan de Participatiewet (minimaal 75% van het minimumloon) en geen toetsing op bijvoorbeeld je spaargeld of het inkomen van je partner. Maar je hebt dan wel het label “volledig en duurzaam geen arbeidsvermogen”, wat betekent: je kunt nu en in de toekomst niet of nauwelijks werken. Met zo’n label krijg je dus wel een uitkering, maar veel minder ondersteuning van de overheid (het WSP, het UWV en/of de gemeente) bij werk. En je wordt ook niet opgenomen in het doelgroepregister, dus je telt niet mee voor de banenafspraak. Dat is niet vreemd: je hebt immers het label “in de toekomst niet of nauwelijks kunnen werken”. Maar daardoor zal het dus veel lastiger zijn om aan het werk te komen.

Diverse aanvragers ervaren keuzestress

Je MOET voor 1 van de 3 mogelijkheden kiezen: als je eenmaal gekozen hebt kun je niet meer makkelijk wisselen.

Het eerste signaal dat door een aantal werkzoekenden genoemd wordt, is dat je moet kiezen uit deze drie mogelijkheden: je kunt slechts één mogelijkheid aanvinken. Dat lijkt logisch, uitgaande van een situatie die met zekerheid vaststaat. Echter, diverse werkzoekenden geven aan dat ze erg twijfelen met deze keuze, met name de keuze tussen indicatie banenafspraak en Wajong-uitkering: ze willen graag werken, maar weten niet zeker of ze dit kunnen of dat ze het werk vol kunnen houden. Bijvoorbeeld omdat ze nog nooit gewerkt hebben. Of omdat hun ziekte of handicap progressief of wisselend is. Of omdat ze bang zijn voor een terugval nadat ze in een ‘goede’ tijd als “u heeft arbeidsvermogen” beoordeeld zijn, in makkelijke taal “u heeft mogelijkheden om te werken”. Wat nu?

De belangrijkste vraag die bij deze werkzoekenden blijft hangen is: “Als ik nu op het formulier Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen kies voor indicatie banenafspraak en het blijkt dat ik het werk toch niet kan volhouden, kan ik dan later alsnog terugvallen op Wajong 2015?”
Informatie hierover op zowel de site van het UWV als op de site van de Rijksoverheid ontbreekt. Op de site van het UWV staan wel de voorwaarden voor Wajong 2015: https://www.uwv.nl/particulieren/arbeidsbeperkt/wajong-2015/jong-een-arbeidsbeperking/detail/wat-zijn-de-voorwaarden-voor-wajong-2015 . Zoals hierboven al beschreven is een belangrijke voorwaarde dat de aanvrager “duurzaam geen arbeidsvermogen” heeft. Aangezien met het oordeel indicatie banenafspraak ‘arbeidsvermogen’ vastgesteld is, lijkt volgens de site van het UWV de kans klein om na het oordeel indicatie banenafspraak in een later stadium alsnog een oordeel Wajong 2015 te krijgen. Echter, op basis van de wetstekst (https://wetten.overheid.nl/BWBR0008657/2019-07-01#Hoofdstuk1a , lid 2 en/of lid 3 van dit wetsartikel 1a:1) lijkt er een grond te zijn om als de ziekte of handicap erger wordt alsnog voor Wajong 2015 in aanmerking te komen, ook enkele jaren nadien. De constatering is dat op de site van UWV op deze vraag en soortgelijke vragen zoals bijvoorbeeld “Wat gebeurt er met je aanvraag Wajong 2015 als ik zou solliciteren met de eerste maanden in proeftijd?” geen antwoorden te vinden zijn. En dat dat leidt tot onzekerheid en daarmee (keuze)stress bij deze werkzoekenden.

De OmbudsSpits zal deze vragen daarom voorleggen aan de relevante organisaties (o.a. UWV en ministerie van SZW) en hun reacties op deze vragen delen in een volgend blog.

Aanvragers kunnen niet kiezen voor de doelgroep quotum

Als je alleen maar kunt werken met een speciale voorziening, zoals een brailleleesregel of een vervoersvoorziening, val je onder de extra quotumdoelgroep. Maar er is op het formulier geen mogelijkheid dit aan te kruisen. Als je denkt dat je tot de extra quotumdoelgroep behoort, neem dan contact op met je gemeente of het UWV.

Een ander signaal, dat ikzelf geconstateerd heb toen ik van een werkzoekende het formulier Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen toegestuurd kreeg, is dat dit formulier geen rekening houdt met de mensen die onder de ‘extra quotumdoelgroep’ vallen. Dit zijn mensen met een arbeidsbeperking die niet onder de doelgroep van de Banenafspraak vallen, maar dus onder een extra doelgroep die mee gaat tellen als het quotum ooit ingevoerd wordt. Ook mensen uit de quotumdoelgroep horen dus opgenomen te worden in het doelgroepregister. Dat staat in informatie van zowel het ministerie van SZW (zie o.a. het ‘Kennisdocument Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten’) als in informatie van het UWV (o.a. https://www.uwv.nl/particulieren/arbeidsbeperkt/beoordeling-arbeidsvermogen/mijn-aanvraag/detail/wat-is-het-doelgroepregister/wie-worden-opgenomen-in-het-doelgroepregister).
Deze extra doelgroep voor de quotumregeling bestaat uit de volgende mensen: Mensen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die met een voorziening werken en dankzij deze voorziening WML (of meer dan het WML) kunnen verdienen, zonder voorziening kunnen zij dat niet.”

De ‘voorziening’ die hier verwoord is, is bijvoorbeeld een braille toetsenbord of een vervoersvoorziening. Echter, op het formulier Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen is deze extra doelgroep voor het quotum niet genoemd. Dat is opmerkelijk, omdat uit de beoordeling arbeidsvermogen de beoordeling kan komen dat de persoon toch het WML (of meer) kan verdienen, maar alleen met een voorziening, en dus tot de doelgroep quotum behoort. Waarom dan niet de optie ‘indicatie quotum’ als vierde optie op het formulier vermelden? Mijns inziens heeft dat twee voordelen:

  • Deze mensen horen sowieso opgenomen te worden in het doelgroepregister op basis van de informatie van het ministerie en UWV (daarbij is het quotum weliswaar – voorlopig – opgeschort tot 2022, maar uitstel is nog geen afstel). Mijns inziens kan het formulier hieraan bijdragen.
  • Het formulier is niet alleen een hulpmiddel voor het UWV, maar ook voor de aanvrager. Door de optie ‘indicatie quotum’ op te nemen en te beschrijven wordt de aanvrager meegegeven dat dit ook een mogelijkheid is. Zoals gezegd: het is heel goed mogelijk dat tijdens de beoordeling blijkt dat de aanvrager toch voldoende arbeidsvermogen heeft om het WML te verdienen, maar dat dit alleen kan met een voorziening. De vraag over die voorziening staat overigens al opgenomen bij vraag 4.4: Heeft u voorzieningen, aanpassingen of begeleiding nodig om te kunnen werken? Kortom: als vraag 4.4 al zo breed gesteld wordt, dan sluit dat perfect aan bij ‘indicatie quotum’. En die mogelijkheid ‘indicatie quotum’ opnemen heeft ook nog als positieve bijkomstigheid dat het formulier minder gaat uitstralen dat alleen mensen met een arbeidsbeperking die niet het WML kunnen verdienen ondersteuning nodig hebben. Want ook mensen met een arbeidsbeperking die wél het WML kunnen verdienen, kunnen ondersteuning nodig hebben. (Zoals er overigens ook mensen in de doelgroep banenafspraak zijn die wél het WML kunnen verdienen: een deel van de mensen in de Wajong met arbeidsvermogen kan immers het WML of meer verdienen.)

Tot slot: er is een kans dat de quotumdoelgroep wordt toegevoegd aan de doelgroep banenafspraak. Dit is verwoord in een Kamerbrief van 20 november 2018 door de Staatssecretaris van SZW. Op dit moment ligt een wetsvoorstel – dat al aangenomen is door de Tweede Kamer – in de Eerste Kamer: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34956_deactivering_van_de . Dit wetsvoorstel maakt het onder andere mogelijk dat werkgevers van werknemers uit de quotumdoelgroep ook aanspraak maken op de no-riskpolis, de compensatie voor de loonkosten als deze werknemer door ziekte uitvalt. Maar in de Memorie van Toelichting bij dit wetsvoorstel is dus ook beschreven: “De regering beziet nog of het wenselijk en uitvoeringstechnisch mogelijk is om de quotumgroep gelijk te schakelen met de doelgroep banenafspraak.” Als dit wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer aangenomen wordt, is het alleen maar belangrijker dat mensen uit de doelgroep quotum zo goed mogelijk geregistreerd worden. Een formulier Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen dat ook met deze doelgroep rekening houdt, is dan ook zeer aan te bevelen.

Update 1:

In de laatste alinea van het artikel is verwoord dat “er een kans is dat de quotumdoelgroep wordt toegevoegd aan de doelgroep banenafspraak”. Deze zin is achterhaald: de extra doelgroep quotum is al gelijkgeschakeld met de doelgroep banenafspraak met ingang van 1 december 2018. Dus sinds deze datum tellen de mensen uit deze quotumdoelgroep met terugwerkende kracht mee met de monitorresultaten van de Banenafspraak. Helaas is vindbare informatie in makkelijke taal over deze belangrijke aanpassing (in moeilijke, juridische taal: dit is een ‘anticipatie’. Het wetsvoorstel waarin deze maatregel opgenomen is moet nog door de Eerste Kamer, maar er mag nu al daarop ‘geanticipeerd’ worden door het UWV en de Belastingdienst.) nagenoeg onvindbaar. En ik krijg nog steeds signalen van mensen die tegen me zeggen “ik heb wel een arbeidsbeperking, maar val niet onder de Banenafspraak”. Voor een deel van hen zal dat nog steeds gelden, bijvoorbeeld omdat zij hun beperking na hun 18e jaar opdeden en geen studerenden waren. Maar zeer waarschijnlijk zijn er ook mensen waarvan hun beperking vastgesteld is vóór hun 18e jaar of tijdens hun studie, die nu wél meetellen met de Banenafspraak maar die dat zelf nog niet weten. En ongetwijfeld zullen er ook nog werkgevers zijn die dit nog niet weten. Daarom met veel dank aan Neeltje Huvenaars van Raad & Respons (https://www.raadenrespons.nl/) voor het onder de aandacht brengen van deze belangrijke aanpassing!

Denk jij dat je tot deze quotumdoelgroep behoort? Dus dat je beperking vóór je 18e jaar vastgesteld is, dat je kunt werken, maar dat je een voorziening nodig hebt om het wettelijk minimumloon of meer te kunnen verdienen?

Dan kun je een beoordeling hiervoor aanvragen bij het UWV! Het betreffende aanvraagformulier vind je hier: https://www.uwv.nl/particulieren/formulieren/aanvragen-beoordeling-werken-met-een-voorziening.aspx . Het UWV beoordeelt dit. Als dit zo is, word je opgenomen in het doelgroepregister en tel je dus mee bij de monitorresultaten van de Banenafspraak.

Update 2:

Vorige week organiseerde Onbeperkt aan de Slag een Meet&Greet in Utrecht, waar werkzoekenden met een arbeidsbeperking en werkgevers elkaar kunnen ontmoeten. Deze Meet&Greet was dit keer een HBO/WO-special, dus voor werkzoekenden met HBO/WO-niveau. Daar had een werkzoekende een vraag aan de OmbudsSpits. U raadt het al: “Zit ik nou wel of niet in het doelgroepregister?” De dame in kwestie zit in de Participatiewet (met of zonder uitkering) en kan gezien haar niveau ongetwijfeld (veel) meer dan het WML per uur verdienen. Dus heb ik daarna nog twee vragen gesteld: 1) Had je je beperking al vóór je 18e? Antwoord: ja. 2) Heb je een voorziening nodig om te kunnen werken, bijvoorbeeld een brailleleesregel of speciaal vergrootscherm? Antwoord: ja. Kortom: ze behoort dus tot de extra doelgroep quotum en zit dus in het doelgroepregister (of: ze zou allang in het doelgroepregister opgenomen moeten zijn…) en ze wist dit nog niet. Niemand had het tegen haar verteld. Dit is natuurlijk één persoon, maar het sterkt mijn vermoeden hierboven – dat er nog vele mensen zijn die dit niet weten en/of in het doelgroepregister opgenomen zouden moeten zijn terwijl dat (mogelijk) nog niet gebeurd is.

2019-11-05T11:22:27+00:00